Onwankelbaar fundament

 

"Wie op de HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor eeuwig blijft. Rondom Jeruzalem zijn bergen, zo is de HEERE rondom Zijn volk, van nu aan tot in eeuwigheid." (Psalm 125:1 en 2)

 

Op welke manier lopen wij ons leven als pelgrim door het leven? Het leven van een pelgrim is niet zonder gevaar, dat zagen we al eerder. Zeker ook voor de pelgrim uit deze psalm was het niet vanzelfsprekend dat de plaats van aanbidding een veilige plaats was. Het was zelfs zo dat hij spreekt dat daar de scepter van de goddeloosheid heerst. Ook hier zou het betrekking kunnen hebben op het volk Israël dat uit Egypte is vertrokken om het beloofde land weer in te nemen. Er wordt ook gedacht dat we dit kunnen lezen als een belofte dat de scepter van de goddeloosheid niet zal heersen over het land van Israël.

 

Hoe het ook is en wat precies daarvan de bedoeling is, deze psalm is vooral gericht op de veiligheid die de pelgrim onderweg zoekt. Vooral veiligheid met betrekking op hen die goddeloze gedachten hebben. En hoe blijf je staande, midden in een samenleving die goddeloos is? Kan dat eigenlijk wel en wat kunnen ze je dan aandoen? Of is dit nu juist de vraag waar je niet bij stil moet staan. Zijn we als pelgrim soms te veel bezig met wat ons zou kunnen overkomen? 

 

De pelgrim uit deze psalm maakt duidelijk wat we wel moeten doen. En dat is niet dat wij ons druk zouden moeten maken. Als je niet meedoet en eerlijk en oprecht bent, dan zou je zo maar naast de boot kunnen vallen. En toch is dat niet waar deze pelgrim mee bezig is. Hij spreekt zijn geloof en zijn vertrouwen uit in God! Want wie op de HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion. De berg die ook wel de woonplaats van God wordt genoemd. En die berg wankelt niet en nooit.

 

Vertrouwen op de HEERE, in alle omstandigheden geeft je een eeuwig fundament. En eerlijk gezegd vind ik dat nog lang niet altijd even gemakkelijk. Altijd en in alle omstandigheden in de rust blijven en vertrouwen op de HEERE is wel iets meer dan alleen als het goed gaat in geloof vertrouwen op God. Je staat onwankelbaar als pelgrim in je leven op het moment dat je de HEERE helemaal vertrouwt. Gaat het toch fout en val je soms om, dan is dit het punt waar jij je opnieuw moet eiken aan God. Vertrouw op Hem, dan ben je standvastig in je leven, omdat God dat fundament geeft.

 

En ook als er dan zijn die goddeloosheid liefhebben en die het op jouw vrede en rust hebben gemund, weet dan ook dit: De HEERE is net als de bergen rondom Jeruzalem, rondom jou. Er ligt een keten van veiligheid om jouw leven. Dat moeten we misschien maar eens wat vaker in geloof gaan uitspreken. De HEERE ligt als bergketens om je heen. Hij is je bescherming en Hij heeft je altijd in het oog. Uiteindelijk zullen alleen degenen die rechtvaardigheid liefhebben overblijven. Dat is de belofte voor jou als gelovige!

 

Gebed: HEERE, U ligt rondom mijn leven, U beschermt mij en mijn vertrouwen op U geeft mij een onwankelbaar leven. Ik vertrouw alleen op U.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom