Jezus is... de Zon van de gerechtigheid

 

"Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon van de gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn." (Maleachi 4:2)

 

Het is wellicht een beetje lastig om de tekst uit Maleachi te plaatsen in de tijd. En zegt deze tekst dan echt ook iets over Jezus? En als dit zo is, dan wordt het nog wel een lastige tekst omdat we ons dan nog moeten afvragen hoe we deze tekst nu moeten plaatsen. Maleachi is een profeet die aan de ene kant het oordeel aankondigt, maar aan de andere kant ook spreekt over de oordeelsdag. Hij heeft het in hoofdstuk 4 over de grote dag die aanstaande is. Eerder sprak hij in hoofdstuk drie nog over de komst van Johannes de Doper en over de komst van Jezus. 

 

 

 

Hier in hoofdstuk 4 gaat het niet meer over de eerste komst van Jezus. Maleachi spreekt over de dag die gaat komen als een brandende oven. Het gaat hier duidelijk niet meer over een dag waarop er nog genade wordt uitgedeeld. Sterker nog, de hoogmoedigen en de goddelozen zullen als stoppels verbranden. Dat is nogal stevige taal die, als je dit tegenwoordig zou zeggen, mensen boos maakt, want zo mag je niet over God denken. Nou, de Bijbel laat zien van wel. 

 

Maar dan komt er in vers twee een opmerkelijke omslag. De hoogmoedigen en de goddelozen daar is op de dag van het oordeel geen hoop meer voor, maar voor degenen die de HEERE liefhebben wel! Over ons, die God liefhebben, zal de Zon van de gerechtigheid opgaan. Wij zijn door de zonde in de duisternis terecht gekomen. De zon is ondergegaan in ons leven op het moment dat wij zondigden. Maar Jezus heeft gerechtigheid aangebracht en daardoor weer licht in onze duisternis gebracht. 

 

De Zon komt op, maakt de morgen wakker. Ja, dat zingen wij over de letterlijke zon in de schepping, maar dat kunnen we nog veel beter zingen over Jezus. Vanaf het moment dat jij tot geloof bent gekomen, is het meer en meer licht in je leven geworden. De Zon van de gerechtigheid is begonnen om op te gaan in je leven en de nieuwe morgen is al aangebroken. En natuurlijk gaat het hier over de oordeelsdag, maar tegelijk spreekt Maleachi hier over de Zon van de gerechtigheid, die niet op dat moment ontstaat, maar die op dat moment opgaat over degenen die de HEERE liefhebben.

 

God is eeuwig en er is bij God geen eerder of later. De Zon is al begonnen op te gaan. In Gods eeuwigheid is dat vanuit Zijn tijdloze eeuwigheid al begonnen op Golgotha en toen Jezus daarna opstond en dat zal straks volmaakt zijn als deze wereld vergaat. Wij leven in het licht van Jezus, de Zon van gerechtigheid. Wij leven nu al niet meer in het donker, maar wij leven in Zijn licht en onder Zijn vleugels zal genezing zijn. Dat is nu al soms te zien in de tekenen van het Koninkrijk en straks zal het licht van deze Zon iedereen die gelooft volkomen genezen! Nu is het al begonnen en straks zal Jezus dit helemaal afmaken.

 

Gebed: Jezus, U bent het licht in mijn leven. U maakte mijn nieuwe morgen al wakker door met Uw eeuwige Zonnenstralen in mijn leven te schijnen. Stralen die voor volmaakt herstel en eeuwig licht zullen zorgen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom