Jezus is... gezaghebbend (1)

 

"En zij kwamen in Kapernaüm; en op de sabbat ging Hij meteen naar de synagoge en gaf Hij onderwijs. En ze stonden versteld van Zijn onderricht, want Hij onderwees hen als gezaghebbende en niet zoals de schriftgeleerden." (Markus 1:21 en 22)

 

Dat Jezus een rabbi was, zagen we gisteren al. Een rabbi met een behoorlijk functie. En dat blijkt ook wel als we even verder lezen in Markus. Het blijkt dat het de normaalste zaak van de wereld was dat Jezus de synagoge in ging om daar onderwijs te geven. En wat een verschil moeten die mensen daar hebben ervaren tussen het onderwijs van Jezus en dat van de schriftgeleerden. En dat blijkt ook wel uit hun reactie op het onderwijs van Jezus.

 

 

 

En ik weet niet of jij dat herkent, maar Jezus sprak met autoriteit, met gezag. Zijn woorden waren woorden waar je niet omheen kon en die overkwamen als iemand met gezag. Je hebt het ook bij sommige voorgangers, die echt met Goddelijk gezag spreken en eigenlijk gebeurt daar altijd wat. Als zo'n voorganger spreekt dan breekt er iets van het Koninkrijk door, terwijl een voorganger die behoorlijk beschouwend spreekt dat veel minder heeft. En zeker in de tijd van Jezus spraken de schriftgeleerden niet met gezag, ze bouwden hun onderwijs op vanuit dat wat hun voorgangers als hadden gedaan. Eerdere rabbi's werden als basis voor hun onderwijs genomen. En natuurlijk kwam Jezus met een compleet andere bediening, Hij had het gezag van Zijn Vader ontvangen toen Hij werd gedoopt. En door in Jezus te zijn hebben wij, ook in het spreken hetzelfde gezag.

 

De woorden van Jezus waren echt raak en het waren geen opeenstapeling van wetten en regels, maar het waren Gods Woorden, toegepast op het leven van Zijn hoorders. De schriftgeleerden waren eigenlijk alleen maar bezig om de wetten te beschermen, eerst door honderden wetten om de Tien Woorden van God heen te zetten, zodat de Tien Woorden niet aangetast zouden worden en daarna weer wetten om hun wetten heen. Maar Jezus sprak niet vanuit angst, maar als Koning van het Koninkrijk dat nabij was gekomen. En dan moet je er eens op letten wat er dan gebeurt! 

 

Er staat dat ze versteld stonden van Zijn onderwijs, maar letterlijk vertaald zou je beter kunnen vertalen met: 'Ze waren buiten hun zinnen van Zijn onderwijs'. Dit was niet zoiets van 'oh' en 'ah', maar Jezus woorden zetten hen helemaal op z'n kop, ze raakten buiten zichzelf. Ze heftig was het als Jezus sprak. Ze moeten gevoeld hebben dat dit niet zomaar een rabbi was, maar dat Hij werkelijk met Goddelijk gezag sprak. En daarmee zijn we gelijk op het punt van onszelf: Hoe gaan wij dan om met Jezus' woorden? Dit zijn niet zomaar woorden, maar alles wat Jezus zegt is gesproken met Goddelijk gezag waarbij we slecht hebben te gehoorzamen. 

 

Als we dat gaan beseffen dat de woorden van Jezus niet woorden zijn van 'kijk maar wat je ermee doet', maar woorden van het allerhoogste gezag, dan weten we dat we gewoon moeten luisteren en doen wat Jezus zegt. En tegelijk beseffen we dat Jezus meer rabbi is, dan welke onderwijzer ook!

 

Gebed: Jezus, ik wil elk woord van U serieus nemen en elk woord gehoorzamen, U met een rabbi met Goddelijk gezag, U bent Jezus, God Zelf!

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom