Sleutels van de hemel

 

"En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk van de hemelen geven; en wat u bindt op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en wat u ontbindt op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn." (Mattheüs 16:19)

 

Jezus heeft beloofd dat bij het Evangelie van het Koninkrijk ook sleutels behoren. Sleutels hebben alles te maken met macht. Iemand die immers een sleutel heeft, heeft macht over het huis waar de sleutels bij behoren. Het moment dat Jezus deze woorden uitspreekt is het moment dat Petrus belijdt dat Jezus de Messias is. En op dat moment zegt Jezus tegen Petrus: "Op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen". Er staat dus niet dat Jezus Zijn gemeente op Petrus zal bouwen, maar Hi jzegt dat op deze geloofsbelijdenis de gemeente gebouwd zal worden. En Hij zegt er achteraan dat de poorten van de hel Zijn gemeente niet zullen overweldigen. En het middel dat Jezus door voor geeft zijn de sleutels van het Koninkrijk van de hemelen.

Voor degenen die met de catechismus zijn opgegroeid, die weten dat de catechismus de sleutels betrekt op de vergeving van zonden en de tucht in de gemeente. Dat is terug te leiden naar het binden en ontbinden in Mattheüs 18, maar hier in hoofdstuk 16 wordt wel het woord binden en ontbinden gebruikt, maar ook gebruikt Jezus de term van sleutels erbij. In hoofdstuk 18 gaat het inderdaad over tucht en onbekeerlijkheid van een broeder die hardnekkig zondigt. Dan mag je die broeder binden door de tucht uit te voeren en dat zal dan in de hemel overgenomen worden op het moment dat hij zich niet bekeerd.

 

Maar hier in hoofdstuk 16 gaat het daar helemaal niet over. Jezus had net gezegd dat de poorten van de hel de gemeente van Jezus Christus niet zullen overweldigen. En dan zegt Jezus er achteraan: "Ik zal u de sleutels geven". Jezus begint dus niet met een nieuwe onderwerp, het woordje 'en' waarmee dit vers begint ontbreekt ook in veel handschriften. Jezus geeft de sleutelmacht van de hemelse gewesten in handen van Zijn gemeente. Het grondwoord dat Jezus hier voor 'hemelen' gebruikt is hetzelfde grondwoord als in Efeze 6:12 over de geestelijke strijd in de hemelse gewesten.

 

Wat hoort er dus bij de verkondiging van het Evangelie van het Koninkrijk? De sleutels van de hemelen. En waar dienen die sleutels dan toe? Om dat macht van de hel te beperken. Deze sleutels hebben alles te maken met het binden en ontbinden van de demonen die zich manifesteren tegenover de gemeente van Christus. Dat Jezus hier over sleutels spreekt, is dus niet een letterlijke sleutel, maar het symboliseert de macht die Jezus geeft aan gelovigen.

 

Het is dus niet alleen Gods bescherming voor de gemeente, maar Jezus geeft ons Zelf Zijn autoriteit over de demonen. En dit hoort dus helemaal bij het Evangelie van het Koninkrijk. Satan is overwonnen en wij mogen de wereld intrekken met de boodschap van het Koninkrijk, met de autoriteit die we nodig hebben om saten en zijn demonen te binden en om hen de ontbinden die gebonden zitten in de macht van satan. En hoewel Jezus hier niet meer is, heeft Hij wel Zijn autoriteit overgedragen aan ons, voor dat wat uiterst actueel is in onze tijd!

 

Gebed: Jezus, dank U wel voor Uw autoriteit, die U ons geeft, zodat geen macht van de hel ons kan overweldigen maar dat we in Uw Naam hen mogen binden en hen mogen ontbinden die in de macht van de duisternis gevangen zitten.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom