Kneed het Koninkrijk door de wereld

 

"Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen: Het Koninkrijk van de hemelen is gelijk aan zuurdeeg, dat een vrouw nam en in drie maten meel deed, totdat het helemaal doorzuurd was." (Mattheüs 13:33)

 

Sommige van de gelijkenissen die Jezus in Mattheüs 13 vertelt hebben te maken met geloof en ongeloof. We hebben gezien dat de gelijkenis van het zaad op de akker niet per definitie te maken heeft met geloof of ongeloof, maar veel meer met wat de Woorden van het Koninkrijk doen. Nog een gelijkenis die duidelijk maakt in deze serie wat de bedoeling is van het Koninkrijk en het Evangelie van het Koninkrijk is de gelijkenis van de vrouw met het zuurdeeg.

Want wat is Gods bedoeling met Zijn Koninkrijk hier op aarde. Het is duidelijk dat alle gelijkenissen in dit hoofdstuk te maken hebben met het Koninkrijk van God dat toegepast wordt in onze tijd. Wat is dan de bedoeling van het Koninkrijk? Dat maakt Jezus duidelijk in de gelijkenis van het zuurdeeg. Zuurdeeg is een soort gist dat gebruikt werd bij broodbakken. Maar naast dat dit het gistingsproces van het brood tot stand bracht, doorzuurde het ook het deeg. De vrouw in de gelijkenis doet het in het meel en blijft er net zo lang mee bezig totdat het hele deeg doorzuurd is.

 

Dat is de bedoeling van het Evangelie van het Koninkrijk. Dat wil Jezus bereiken met Zijn Koninkrijk. En alles wat bij het Koninkrijk hoort, dat wil Jezus, net als dat zuurdeeg, in de samenleving laten werken, net zolang tot de samenleving, deze wereld doortrokken is van het Koninkrijk van Jezus Christus. En dan op alle gebieden. Zowel op het stuk van verzoening, maar ook van gerechtigheid, herstel, heling en bevrijding. Alle woorden en opdrachten van het Koninkrijk moeten eigenlijk de wereld zo doortrekken dat zij tot haar bestemming kan komen. Het gist in het brooddeeg is nodig om het brood tot zijn bestemming te laten komen.

 

Het Koninkrijk is gelijk aan dat zuurdeeg, maar die vrouw mengt het wel met het deeg. Dat is onze taak, en we gaan door, net zolang tot de hele wereld doortrokken is van Gods Koninkrijk. Niet als een einddoel, want Jezus zal straks voor een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zorgen, maar tot dat moment is het onze taak om als discipelen van Jezus het Koninkrijk door heel de wereld heen zichtbaar te maken. Alle tekenen die Jezus bij het Evangelie geeft, zijn niet zomaar gegeven, maar die zijn gegeven zodat de woorden op een Koninklijke manier kracht worden bijgezet en onze houding laat zien dat wij van een Ander Koninkrijk zijn. 

 

Wij worden, voor ons gevoel als minderheid, ingezet door Jezus om deze wereld, die kreunt onder de zonde en de gevolgen daarvan, Koninklijke waardigheid te geven. Het zuurdeeg maakt uiteindelijk dat het brood straks eetbaar is. Zou jij willen dat deze wereld helemaal doortrokken wordt van het Koninkrijk? Ga dan ook echt doen waartoe Jezus je de wereld heeft ingestuurd. Deel het Woord uit, neem de tekenen van het Koninkrijk mee, leef zuiver en heilig voor God en de mensen om je heen en sta voor gerechtigheid op aarde. Jij mag het zuurdeeg de wereld inbrengen zodat iedereen het ziet en zeg: Dat moet wel van een Ander Koninkrijk zijn.

 

Gebed: Vader, ik wil niets liever dan Uw Koninkrijk als zuurdeeg door de wereld heen kneden. Net zolang tot iedereen moet erkennen dat Uw Koninkrijk werkelijk het Koninkrijk is dat straks volmaakt zal komen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom