De leugen van de gestolen Jezus

 

"Toen zij het geld in ontvangst genomen hadden, deden zij zoals hun was voorgehouden. En dit woord is verbreid onder de Joden tot op de huidige dag." (Mattheüs 28:15)

 

Er heeft zich na de opstanding van Jezus nog iets afgespeeld waar je nooit zoveel over hoort. Een tekst aan het einde van het Evangelie naar Mattheüs waar ik al vaak naar heb zitten kijken, eigenlijk nog nooit een preek over gehoord heb, maar die er ook niet zomaar staat. NAtuurlijk valt het volle licht op de vrouwen en de discipelen bij het graf op de Paasmorgen. Maar er speelt zich rondom dat graf nog meer af. Waarschijnlijk is het zo geweest dat de steen van het graf werd gerold op het moment dat de vrouwen nog niet bij het graf waren. Maar op het moment dat dit gebeurde waren er wel wachters bij het graf. Het graf van Jezus was immers verzegeld. En waarom? Omdat er blijkbaar bij de duivel toch begrip was van de woorden die Jezus had gesproken over Zijn opstanding. Niemand had die woorden nog begrepen, maar satan neemt voorzorgsmaatregelen.

 

 

Satan? Ja, satan, want die besef wel dat hij nogal aan het verliezen is geweest rondom de kruisiging en de dood van Jezus. En als er één ding niet mocht gebeuren, dan was het wel dat Jezus mocht opstaan. En de leiders van het volk waren de woorden van Jezus dan ook nog niet vergeten. Natuurlijk hebben de leiders van het volk hun verantwoording in alles wat is gebeurd, maar blijf gerust bedenken dat er ten diepste maar ene macht was die van Jezus afwilde.

 

Die wachters bij het graf zaten op hun gemak het graf te bewaken. Je kunt je iets moeilijkers voorstellen. Een dode loopt niet zomaar weg. Tenminste, dat had je gedacht. Ineens is begint de aarde te beven en staat er een engel bij hen in blinkende kleding. Er staat niet dat hij iets tegen hen zegt, maar alleen dat hij de steen begint weg te rollen. De bewakers vallen als dood op de grond en de Dode blijkt de Levende. Een feestje voor onze Overwinnaar. Dit is overwinning! Maar uiteindelijk komen die bewakers toch weer bij en weten ze niet hoe snel ze in Jeruzalem moeten komen. Ze vertellen hun verhaal aan de overpriesters. En in plaats van straf, krijgen ze zwijggeld. Niemand mag weten wat er is gebeurd. Niemand! Vertel maar dat de discipelen Hem gestolen hebben. Alsof dat nodig was, het was een eigen graf van Jozef van Arimetea. 

En deze leugen is gaan heersen. En ik geloof dat deze leugen tot op de dag van vandaag actueel is. Want hoeveel mensen horen wel over de dood van Jezus, maar niet over Zijn overwinning over de dood! Nee, niet in de wereld, maar vooral in de kerk. Hoevaak moeten we bij het kruis gaan kijken, maar hoe weinig bij het open graf. Wat maakt dat we wel altijd met onze zonden bezig zijn en waarom maar zo weinig bij de overwinning erover? Als we het open graf vergeten, blijven we staan bij de brug over de kloof, maar ontdekken we nooit het overwonnen land.

 

Gebed: Jezus, Uw overwinning is het begin van een nieuwe periode en in die overwinning wil ik delen. Ik ga niet aan Uw kruis voorbij, daar leg ik mijn zonden neer, maar rusten wil ik bij het open graf.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom