Loon naar werken

 

"Aan hem nu die werkt wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar wat men hem verschuldigd is. Bij hem echter die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid." (Romeinen 4:4 en 5)

 

Het lijkt allemaal heel veel van hetzelfde in de eerste hoofdstukken van deze brief. Het lijkt wel of Paulus er echt alles aan gelegen is om zijn lezers dit stuk onderwijs te kunnen laten dromen. En ik denk dat dit ook echt nodig is. Want ik weet niet hoe het bij jou is, maar werken doen we toch wel heel erg graag. Werken voor onze zaligheid lijkt ons bloed wel vergiftigd te hebben. Het zat in ieder geval niet in ons bloed in het paradijs, maar na Genesis 3 lijken we wel een bloedtransfusie te hebben gehad waardoor we altijd willen werken voor ons behoud.

Maar Paulus legt ons nog iets uit over het loon van werken. We krijgen namelijk bij God loon naar werken. Echt waar, we krijgen loon naar werken. Maar wat nu als we in de schuld staan door de wet? Ook dan zullen we loon naar werken krijgen. Dan staan we in de schuld bij God en zal God naar die schuld handelen. En dat is geen genadeloon, maar dat is loon naar wat we God schuldig zijn. En die schuld is zo groot dat de eeuwigheid niet genoeg is om die schuld te betalen. Dat is het loon naar het werken van de wet. En ook als je uit de genade raakt door zonden en de kramp om je best weer te gaan doen, dan mis je in zekere zin ook het loon van de genade.

 

Daarom is dit ook een boodschap voor jou als gelovige. Je raakt het zicht op de genade kwijt als je terugvalt in werken van de wet. Daar is alleen maar schuld in, en geen uitbetaling in verdienste en God int dan alleen je schuld. Maar op het moment dat we niet werken, krijgen we ook betaald. Dat klinkt natuurlijk er vreemd. Want hoe dan ook is het niet werken volgens de regels van de wet toch ook werken. En dan niet omdat wij werken, maar omdat Jezus werkte en wij in Zijn werk geloven. Geloven dat Jezus volkomen heeft betaald en door daar op te vertrouwen, in geloof dat dit de goddeloze rechtvaardigt. En de goddeloze is diegene die zijn schuld als veel te groot ziet om nog iets te kunnen verdienen bij God.

 

En dan vanuit dat besef gewoon en alleen vertrouwen op Jezus. Dat geloof ziet God als werken waarvoor Hij uiteindelijk zal uitbetalen in genade. Het lijkt totaal niets van deze wereld te zijn, echt niet. Maar het is genade omdat je op Jezus vertrouwt. En dat werk, daar verblijdt God Zich zo in dat Hij uitbetaald in oneindig, eeuwig genadeloon. Maar ja, dat betekent één ding: stoppen met zelf iets te verdienen, maar alleen durft te vertrouwen op Jezus werk. Ja, dat is echt geloof in vertrouwen, geloof in onwerelds, maar bovennatuurlijke, onbegrijpelijk, onbevattelijke, Koninklijke genade die God om Jezus' wil geeft aan ieder die gelooft!

 

Gebed: Vader, als werken alleen maar negatief loon betekent, dan wil ik echt nooit meer werken om loon, maar wil ik alleen Uw genade en van die overvloed leven, nu en eeuwig!

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom