Geen hoop onder de wet

 

"Wij weten nu dat alles wat de wet zegt, zij dat spreekt tot hen die onder de wet zijn, opdat elke mond gestopt wordt en de hele wereld doemwaardig wordt voor God. Daarom zal uit de werken van de wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd worden. Door de wet is immers kennis van zonde." (Romeinen 3:19 en 20)

 

Na Genesis 3 zou je kunnen zeggen dat Romeinen 3 de zwartste bladzijde in de Bijbel is. Zeker vers 9 tot en met 20 maakt heel duidelijk wie de mens onder de wet is. Later zal nog duidelijk worden dat de mens onder de genade een andere mens wordt. Maar de mens, zonder genade en zonder God Geest wordt getekent in de mens onder de wet. De mens zoals wij allemaal geboren zijn en waar we, ook na genade, nog steeds behoorlijk wat trekken van hebben en waardoor we ook na genade nog steeds proberen iets te verdienen bij God. Maar Paulus is heel duidelijk: Uit het houden van de wet is er geen rechtvaardiging bij God te verwachten. Alles wat we door de wet doen, zal ons nooit verlossen.

Het enige dat de wet doet, vanaf dat wij zondigden is kennis geven van de zonde en God rechtvaardig noemen en de conclusie trekken dat er niemand is en zal zijn die echt rechtvaardig kan zijn door de wet te houden. De wet is Gods Waarheid en daarmee is duidelijk dat elke vorm van redding onmogelijk is door de wet. En de woorden die Paulus gebruikt over wie de mens onder de wet is, liegen er niet om. En misschien zeg je: maar de mens onder de genade doet niet goed uit zichzelf, maar doordat uiteindelijk God in die mens woont. En dat klopt, want op dat moment geldt dat niet ik meer leef, maar Christus in mij. En toch kunnen we dan ook zeggen dat die mens onder de wet niet meer leeft. Dat is het diepste geheim dat in de Romeinenbrief openbaar komt. 

 

Je zou kunnen bedenken: wat heeft iemand die gelooft en onder de genade is nu aan die hele heftige woorden uit Romeinen 3? In ieder geval dit, zodra wij onder de genade vandaan gaan gelden alle woorden uit Romeinen 3. Dan hebben we het niet over afval van gelovigen, maar zodra dat jij (binnen de genade) de wet wil houden om daar iets bij God door te bereiken, dan laat je de genade los en zul je ervaren dat de complete beschuldiging uit vers 3 tot en met vers 18 helemaal geldt. Dat ben jij, als je niet uit de genade leeft. En dat is ook de mens die de genade niet kent. Er is geen rechtvaardiging door de wet.

 

En op het moment dat mijn tong geen bedrog pleegt, mijn keel geen geopend graf is en mijn mond niet vervloekt, dan is dat genade! Want dat werkt niet mijn werken, maar Gods genade in mij uit. Laat duidelijk zijn dat, hoewel wij volledig onze verantwoordelijhkeid hebben om goed te doen, alles wat we goed doen slechts uit Gods genade voorkomt doordat Jezus je Zaligmaker is en daardoor Zijn Geest in jou is gaan wonen. En zodra je dat loslaat, zul je merken dat al die woorden uit Romeinen 3 werken in jou. En dan is het goed om je vandaag eens af te vragen in hoeverre je de genade niet weer bent kwijtgeraakt.

 

Gebed: Heilige God, Uw woorden zijn waarheid en uit mij is geen goed tot in eeuwigheid, maar alles wat ik ben, ben ik door Uw genade! Zo groot bent U voor mij en door Uw Geest ben ik nu geworden die ik ben en ben ik ook niet meer onder de wet, maar onder de genade.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom