Oordelen en jezelf veroordelen

 

"Daarom bent u niet te verontschuldigen, o mens, wie u ook bent die anderen oordeelt, want waarin u de ander oordeelt, veroordeelt u uzelf. U immers die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen." (Romeinen 2:1)

 

Paulus heeft het eind van hoofdstuk 1 gebruikt om behoorlijk even uit te weiden over het gevolg van het niet eren van God. De gevolgen van God buiten je leven houden maken dat de zonde zal gaan heersen in je leven. Dan ga je de waarheid vervangen voor de leugen. God geeft de mens over tot de meest verschrikkelijke dingen als ze Hem niet eren. Dat is de ene kant die Paulus benadrukt. En daar schrikt hij niet terug om alles te noemen. Tot homoseksualiteit in de daad toe, waartoe God zondaren overgeeft die Hem niet eren. Alleen al het eren van God blijkt dus in zekere zin al een bescherming te geven. Maar na zijn uitweiden over dit punt komt Paulus aan het begin van hoofdstuk 2 weer terug bij ieder mens. Jij en ik, heiden of christelijk opgevoed persoon, Jood of Griek.

 

 

 

Als het gaat over over het oordeel waar we allemaal onder geboren zijn is het duidelijk. En zo het was, waren we allemaal gelijk. Niemand is te verontschuldigen. Als het gaat om onze redding, dan zijn we allemaal, wie we ook zijn, op gelijk niveau geboren: zondaar, dood en geen toekomst. En dat geldt voor een heiden net zoveel als voor iemand die de wet kent, niemand is te verontschuldigen. Sterker nog, als een heiden, die de wet niet kent schuldig is omdat hij God al had moeten aanbidden vanwege de grootsheid van de schepping, wie zijn wij dan die de wet wel kennen.

 

Onder de zonde, is het voor iedereen hopeloos en zijn we onrechtvaardig voor God. Zo is het vanaf Genesis 3. Paulus heeft het hier in het tweede hoofdstuk nog niet over de manier hoe redding tot stand moet komen, maar hij maakt heel duidelijk dat niemand onschuldig is en degene die denkt dat hij minder schuldig is, die moet zijn mond houden, want ten diepste doet hij dezelfde dingen. En laten we maar eerlijk zijn: als we de ander veroordelen, dan veroordelen we ook onszelf. Bedenk het maar als je tegen een ander zegt dat hij een leugenaar is, dan veroordeel je ook jezelf, omdat ook jij altijd een keer gelogen zal hebben. En dus ben je allebei onder hetzelfde oordeel. En als Jezus duidelijk maakt dat als je onreine gedachten hebt, je overspel doet, als je een overspeler veroordeeld om zijn daden, dan veroordeel je ook jezelf.

 

Misschien zouden we dit principe maar eens wat vaker tot ons moeten laten doordringen. Dat zou een heleboel veroordeling van anderen voorkomen als we beseffen dat wij precies hetzelfde doen. Jij of ik, we zijn geen haar beter vanuit onszelf en daarom zonder redding, liggen we onder hetzelfde oordeel van God. Natuurlijk is het moeilijk om dit te bedenken als je weet dat je in Christus bent. Paulus grijpt in hoofdstuk dan dan ook een heel eind terug. Maar dit is wel de werkelijkheid waar je in ieder geval vandaan komt, waardoor je nooit een ander meer kunt aankijken op zondig gedrag. En als jij van vergeving weet is dat enkel en alleen genade!

 

Gebed: Vader, ik dank U voor Uw genade. Ik ben niets beter dan die ander, waar ik een ander veroordeel zal ik altijd mijzelf veroordelen. Leer mij op die manier naar mijn naaste kijken en beseffen dat wat ik ben, ik dat alleen in Christus ben.

 

Ben je al geabonneerd op onze maandelijkse nieuwsbrief? Klik hier om je aan te melden. 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom