Het doel van apostelschap

 

"Door Hem hebben wij genade en het apostelschap ontvangen tot geloofsgehoorzaamheid onder alle heidenen, ter wille van Zijn Naam, waartoe ook u behoort, geroepenen van Jezus Christus. (Romeinen 1:5 en 6)

 

Paulus begint de brief door te zeggen dat hij genade en het apostelschap heeft ontvangen door Hem, door Jezus Christus. Je zou bijna zeggen: dat is mooi, Paulus. Misschien zelfs wel dat je denkt: ja, genade ontvangen, heerlijk, bijzonder, dan ben je gered. En het apostelschap er ook nog bij, dan kun je mooi dienstbaar zijn in de kerk. Maar het valt op dat Paulus niet bepaald zo individualistisch denkt als dat wij doen, als het gaat over het ontvangen van genade. En vanuit mijn gebed dat wij allemaal afgezonderd zouden zijn tot het Evangelie, daar hoort ook dit gedeelte van Paulus' opening van de brief erbij.

 

 

Hij heeft genade en het apostelschap ontvangen van Jezus. Hij zegt al, Jezus, de Zoon van God, Die ook mens was. Het bewijs dat Jezus ook de Messias is. Hij is Gods Zoon, maar is ook mens en het bewijs is dat Hij uit het geslacht van David is en wat Zijn Geest betreft is Hij krachtig bewezen dat Hij het is waar de wereld op wachtte, want Hij heeft de dood overwonnen. Jezus, Hij is opgestaan, de dood kon Hem niet meer houden. Wat een dwaasheid van alle machten van de dood dat ze dachten om De Rechtvaardige in het dodenrijk te kunnen houden.

 

De roeping van Paulus tot het apostelschap is dus door Jezus gegeven. De opdracht om ook in dat apostelschap te gaan staan, geldt ten diepste iedere gelovige. Het is van Christus' wege de opdracht. Het apostelschap is niet opgehouden na de apostelen in het Nieuwe Testament, maar dit gaat ook nu nog door. Paulus begon wel als apostel onder de heidenen, maar het doel waarvoor hij de genade en het apostelschap kreeg, maakt duidelijk dat Paulus nooit alleen apostel mag zijn, maar dat dit ook voor ons actueel is.

 

Paulus gaat ons slechts voor. En daarom moet je zo goed weten wat Jezus echt heeft gedaan, zodat je daarmee de wereld in kunt. Niet spectaculair allemaal de zending in, maar apostel zijn in je eigen omgeving. Het is opmerkelijk dat Paulus duidelijk maakt dat het niet gaat om de genade voor hemzelf, of om heerlijk apostel te mogen zijn. Dat doet er wel toe, maar dat is niet het hoofddoel. Het gaat maar om één ding: dat de heidenen tot geloofsgehoorzaamheid komen.

 

Ik weet niet of we dit wel genoeg beseffen. We leven niet voor onszelf, maar we leven om anderen tot geloofsgehoorzaamheid te brengen zodat de Naam van Jezus grootgemaakt zal worden. Dat is het doel, dat is ten diepste onze bestemming. Het gaat er om dat uiteindelijk de hele wereld zal weten dat Jezus Heer is, maar ook dat iedereen leeft in geloofsgehoorzaamheid aan Jezus. Dat is het doel van het apostelschap en de genade. Dan hebben we de rest van ons leven onze handen vol. Wat een enorm hoog doel om zo naar de Romeinenbrief te gaan kijken, om zo meer toegerust te worden tot je apostelswerk. Ben jij er beschikbaar voor en wil jij met dat doel, groeien in geloof?

 

Gebed: Vader, ik wil in de eerste plaats zelf helemaal gehoorzaam zijn aan Uw Woord en vervolgens ook deze geloofsgehoorzaamheid brengen bij iedereen die op mijn pad komt. Zo wil ik apostel zijn voor U, zo wil ik Uw genade aan mij betoond, van waarde maken in deze wereld.

 

Ben je al geabonneerd op onze maandelijkse nieuwsbrief? Klik hier om je aan te melden.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom