Leef door je geloof!

 

"Zie, zijn ziel is hoogmoedig, niet oprecht in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven." (Habakuk 2:4)

 

Habakuk heeft ons voorgedaan, in opdracht van God, wat we met een visioen moeten doen. We mogen het niet vergeten. Als God spreekt zijn antwoorden van God ook heel belangrijk. Daarom moet Habakuk het in een steen graferen. En zeker als er tijden komen dat je aan alles twijfelt, dan zijn die momenten dat God heeft gesproken soms ook zo ver weg. En God wist wat er stond te gebeuren, ook bij Habakuk. En zelfs als iemand snel voorbij die steen zou lopen, dan nog moest hij kunnen zien wat er stond. Bij wijze van spreken: zelfs als je op de vlucht zou zijn voor de vijand. Wat er precies heeft ingestaan is niet duidelijk, maar het zal alles te maken hebben gehad met de teksten die volgen: "De rechtvaardige zal uit zijn geloof leven!"

De verzen 3 en 4 uit dit hoofdstuk zijn erg lastig. Zeker vers 3 is onduidelijk waar het over wie gaat. Het visioen dat Habakuk kreeg wacht nog op de tijd van uitvoer. Dat is nog wel te begrijpen. En dat Hij het werkelijkheid zal maken en Hij niet zal liegen, dat slaat duidelijk op God. Maar dan het vervolg. De vertalers van de HSV hebben gekozen voor hoofdletters bij Hij en Hem. Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want Hij komt zeker. Dit zou over God kunnen gaan. Maar op dit moment gaat Juda nog steeds door in onrechtvaardigheid en is er nog geen vijand te zien. God had gezegd: "Ik breng een werk in uw dagen tot stand dat je niet kunt geloven."

 

Deze woorden uit het tweede gedeelte van vers 3 zouden dan kunnen staan voor de Chaldeeën. Ze zijn nog nergens te zien, maar verwacht hem. En dat enkelvoud voor de Chaldeeën, komt ook terug in het begin van vers 4. Eigenlijk volgt vers 4 direct op de zin van vers 3: Zie, zijn ziel is hoogmoedig. Dat kan nooit van God gezegd worden. Dus het lijkt veel meer dat God hier zegt: Die vijand is er nog niet, maar reken dat hij zal komen. Maar die vijand, hij deugt niet, want hij is hoogmoedig en niet oprecht. Met andere woorden, er deugt echt niets van en Ik ben het met je eens dat Hij nog goddelozer is dan de goddeloosheid van Juda.

 

Maar hoe erg het ook wordt, voor Habakuk, maar misschien ook nog wel voor ons, weet dit: de rechtvaardige zal uit zijn geloof leven. Dat is de sleutel voor Habakuk en ook voor ons nu, als alles in je leven op zijn kop gaat. Hoe dan ook, God zal trouw blijven aan Zijn beloften en daarom leef uit het geloof in de God van uiteindelijke redding. Hoe lang en hoe erg het ook is, dit is zeker: Bij God zal zeker redding zijn. Degenen die blijven geloven, zullen ook leven.

 

Deze woorden zijn goud waard in jouw leven, als jij er niets meer van snapt. Deze woorden zijn het fundament van de gelovige. Want al beweegt de aarde zich van haar plaats, God zal nooit veranderen voor degenen die in Hem geloven. En wat God over Juda gaat brengen is niet vanwege die rechtvaardigen, maar vanwege degenen die dat niet zijn. Leef daarom als Gods kind uit je geloof! Dat helpt je in elke storm!

 

Gebed: HEERE, wat een bijzondere gouden zin, te midden van alle ellende in het boekje Habakuk. Maar dit is waar ik door alles heen mijn houvast in wil hebben: Ik wil leven door geloof, zelfs als alles anders lijkt.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom