Klaarstaan om te luisteren

 

"Ik ging op mijn wachtpost staan, nam mijn plaats in op de vestingwal, en keek uit om te zien wat Hij in mij spreken zou en wat ik antwoorden zou op mijn aanklacht." (Habakuk 2:1)

 

Eigenlijk is de reactie van Habakuk wel een vreemde reactie. Of in ieder geval een opmerkelijk reactie. Habakuk had zijn klacht en daarna ook zijn onbegrip over de reactie van God hierop als een gebed geuit. Het is ook opmerkelijk dat er niet staat dat God op een bijzondere manier heeft geantwoord. Sterker nog, het lijkt gewoon een tweegesprek tussen Habakuk en God. En dan bij het laatste stuk waar Habakuk niets meer begrijpt van God, daar blijkt het een gebed te zijn geweest waarbij God niet aanwezig was. Want wat Habakuk daarna doet is niet de manier zoals wij met ons gebed omgaan.

Maar misschien is deze conclusie te voorbarig en is dit wel een manier waarop jij op Gods antwoord wacht. Habakuk gaat op zijn wachtpost staan. Kennelijk had hij een plaats waar hij toch wel op wacht ging staan om naar God te luisteren. Het is niet duidelijk of dit werkelijk een plaats op de vestingwal was of dat dit beeldspraak is. Het lijkt een letterlijke plaats en wellicht was dit wel op de vestingwal. Maar vooral ging Habakuk op wacht staan. Sommigen denken om een bestraffing van God te krijgen voor zijn laatste uitingen van onbegrip, maar zou het dat zijn? Is dat het beeld van hoe God omgaat met Zijn gelovigen?

 

Habakuk heeft het er niet over dat God met een aanklacht gaat komen. Hij nam zijn plaats in om te zien wat God in hem zal spreken. Uit niets lijkt dat hij rekent op God Die boos is. Helemaal niet zelfs, hij staat daar veel meer omdat hij rekent op een antwoord van God. Te meer omdat hij echt naar een wachtpost gaat. Dat is niet op je stoel afwachten, maar concreet naar een plaats gaan waar je er op rekent dat God gaat spreken.

 

Wij snappen soms heel veel van God niet. En we hebben ook nog eens heel veel vragen. Ook de Bijbel staat vol met dit soort vragen. En zelden wordt God er boos om, maar als we God zulke vragen gaan stellen, wachten we dan ook op Gods antwoord. Want dat is wel de les, midden in alle onbegrijpelijke situaties, midden in alles onmogelijke dingen waarvan je niet begrijpt wat God doet. Zou God dan ook nog antwoord geven? Habakuk weet dat God dit werkelijk ook doet. Hij staat verwachtingsvol op zijn wachtpost. God zal daar komen met antwoord.

 

Geloven wij zo concreet in een antwoord van God? Habakuk zegt dat hij wacht op een antwoord in hem. Wellicht Gods stem of een gedachte van God. Verderop blijkt dat God het heel zichtbaar zal gaan maken. Maar dat kan pas als wij geloven dat God werkelijk antwoord geeft! Ook wij kunnen kiezen om onze plaats in te nemen op onze wachtpost, niet pratend, niet redenerend, maar stil en in afwachting van wat God gaat zeggen. We worden uitgedaagd door God om echt zo ook met Hem in gesprek te zijn, juist ook als wij het niet meer begrijpen.

 

Gebed: HEERE, ik kies er voor om te willen luisteren naar Uw stem, naar Uw antwoord, naar Uw uitleg over die dingen die ik niet begrijp. Spreekt U maar, ik wil luisteren.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom