Waarom zie ik zoveel onrecht en kijkt God ook mee?

 

"Waarom doet U mij onrecht zien en aanschouwt U de moeite? Ja, verwoesting en geweld zijn tegenover mij, er ontstaat onenigheid, ruzie verheft zich." (Habakuk 1:3)

 

Je kunt je soms afvragen hoe erg het kan worden in de wereld, maar Habakuk vraagt zich af hoe erg het kan worden in Juda en wij kunnen ons afvragen hoe erg het kan worden in de kerk. En de vraag die Habakuk eigenlijk stelt is niet alleen gericht op wat hij er zelf bij voelt. Kijk, de vraag: "Waarom laat U mij onrecht zien?", is een vraag die gericht is op hoe Habakuk het ervaart. Maar de vraag die het vervolg is, is dat God dit blijkbaar ook nog wil aanzien.

Habakuk was een profeet, een oprechte dienaar van God. Het is opmerkelijk dat er in het boekje Habakuk twee keer vermeldt wordt dat Habakuk een profeet is. Als hij dit boekje zelf heeft geschreven is het nog opmerkelijker. Het is moeilijk om Habakuk te plaatsen omdat een datering bijna niet mogelijk is. Wellicht heeft hij geleefd rond de tijd van Daniël, net voor de ballingschap. Het lijkt te zijn, net voor de tijd dat Babel opstaat. Dat blijkt uit vers 6, waar het over de Chaldeeën gaat, maar dit is hetzelfde volk.

 

Habakuk was dus een profeet, maar het boek is op zichzelf geen profetie, maar een dialoog tussen God en Habakuk. Daardoor gaat het niet in de eerste plaats over wat God gaat doen, maar gaat het veelmeer om Habakuk die God niet kan begrijpen. En de vraag, waarom hij, als een oprechte gelovige en ook nog eens een profeet, dit allemaal moet zien wat er in Israël gebeurt. Waarom laat God dat toe? Het is zo'n soort situatie dat een voorganger preekt, maar het gaat van kwaad tot erger. Dit wil hij niet zien. De ruzie verheft zich zelfs. Habakuk kan dit niet verdragen.

 

Het gaat om onrecht en oneerlijkheid, het gaat zelfs zover dat er complete wetteloosheid toeslaat en dat de wet geen kracht meer kan doen. De wet is krachteloos geworden vanwege de wetteloosheid. Misschien is dit in de kerk van onze tijd niet zo extreem aanwezig, maar als je het lef hebt om echte zonden als zonden te benoemen, blijkt wel dat de wet ook niet zoveel te zeggen heeft. Jezus is geen mens geweest, seksuele zonden mogen niet als zonden genoemd worden en ga zo maar door.

 

En tegelijk lijkt God het ook nog te aanschouwen. Blijkbaar kan God het nog uithouden ook met in Zijn ogen ongelofelijke wetteloosheid die het volk uitleeft. God lijkt het nog vol te kunnen houden om daarnaar te kijken. En de enkele rechtvaardige wordt in het nauw gedreven door de goddeloze.

 

Het zijn heftige woorden die Habakuk naar God uitroept. En tegelijk, als je verlangt om een profeet van God te zijn en rechtvaardig te leven op aarde, als je verlangt dat er hier op aarde een kerk is die het Koninkrijk vertegenwoordigt, dan besef je de worsteling van Habakuk. Iedereen gaat voor zichzelf en pakt wat hij pakken kan. En als je zo niet wil leven, maar wil leven zoals Jezus, dan komen de vragen van Habakuk heel dichtbij.

 

Gebed: HEERE, U ziet het aan, alles wat gebeurt, ook alles wat afbreuk doet aan Uw kerk en Uw Koninkrijk. Ik voel de pijn van een kerk die niet aan haar roeping voldoet, die niet één is. Herstel dit land, herstel Uw kerk.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom