Loof de HEERE

 

"Loof de HEERE, mijn ziel, en al wat in mij is, Zijn heilige Naam." (Psalm103:1)

 

Het begin van een nieuw jaar. Het begin van het tweede jaar met deze overdenkingen. Allereerst wil ik je Gods zegen toewensen voor het nieuwe jaar. De genade van onze Heere Jezus Christus ging mee, het oude jaar uit en het nieuwe jaar in, dat zagen we gisteren. En ik heb mij afgevraagd waar we dan een nieuw jaar mee moesten beginnen. Vorig jaar begon ik te schrijven vanuit de woestijnreis, maar het afgelopen jaar heb ik steeds nagedacht over de thema's. Maar waar begin je dan een nieuw jaar mee? Met de oproep om de HEERE te loven.

 

 

In de top 1008 heeft de afgelopen twee jaar op nummer één het lied "Tienduizend redenen" van Matt Redman gestaan. En lied dat velen kunnen dromen. Maar gisteren is dit lied van de eerste plaats afgestemd. Misschien gaf het wel een gevoel van weemoed, een lied dat zoveel harten heeft geraakt. Maar tegelijk dacht ik: Als we dan aan een nieuw jaar mogen beginnen, dan is de achtergrond van dit overbekende lied wel goed om even bij stil te staan en zo het nieuwe jaar te beginnen. En de achtergrond van dit lied is Psalm 103.

 

Misschien valt het voor jou wel niet mee om al lovend het nieuwe jaar te beginnen. Mischien heb je nog een heleboel zooi van het oude jaar meegenomen naar het nieuwe jaar. En dan lees je vandaag de oproep om de HEERE te moeten loven en dan denk je: Vandaag even niet. Maar het gaat in Psalm 103 niet in de eerste plaats om wat goed en niet goed gaat. De psalmdichter benoemd wel Gods weldaden en God zegeningen, Gods vergeving, Gods Vaderliefde, maar hij noemt ook het sterven. Wat zegt de psalmdichter in het eerste vers? Dat alles wat in ons is opgeroepen wordt om Gods heilige Naam te loven.

 

Psalm 103 begint niet bij de overvloed, ook niet bij de tekorten, maar het loven aan het begin van dit jaar begint bij Gods Naam. Dat is in de eerste plaats het doel van onze lof. De Naam van de HEERE. Letterlijk staat er natuurlijk dat alles wat in ons is JWHW moet loven. De Naam van Hem die Zich aan Mozes bekend maakte. De Naam waarvan geldt dat Hij niet geeft omdat Hij geeft, maar Hij die geeft omdat Hij is. We loven de HEERE dus om Wie Hij is. En zullen we dan dit jaar beginnen met God te loven om Wie Hij is. En wat Hij ons dan geeft of niet geeft, komt dan later wel, maar laten we dit jaar beginnen met Wie God is. JHWH, de God die het gekerm van de Israëlieten hoorde en daarom neerkwam, Dezelfde God als Jezus die ons in onze zonden zag en naar beneden kwam om ons te bevrijden. Bevrijder, Verlosser, Redder, dat is Hij en daarom doet Hij het. In Zijn diepste wezen is Hij Redder en Ontfermer en daarom loven wij Hem terwijl we nog niets hebben ontvangen. Sterker nog wij loven de HEERE vanwege dat wat Hij nog gaat doen, want omdat Hij is die Hij is, zal Hij ons ook geven wat we nodig hebben. Loof de HEERE, mijn ziel!

 

Gebed: Ik loof U HEERE, om Wie U bent. Wat U geeft en hoe U zorgt is bijzonder, maar ik wil U vooral aanbidden, loven en prijzen om Wie U bent in Uw wezen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom