Gods stem van groot belang

 

"Daarna zei de HEERE tegen Jozua: ... Leg voor uzelf een hinderlaag tegen de stad, aan de achterzijde ervan." (Jozua 8:1a en 2b)

 

Je zou aan het begin van Jozua 8 eigenlijk niets bijzonder lezen als je er snel overheen leest. Toch zitten in dit soort opmerkingen vaak wel de details die er wel degelijk toe doen. "Daarna zei de HEERE tegen Jozua",  is dat zoiets bijzonders? Want dit lezen we door de geschiedenis met Israël heen telkens opnieuw. God wijst de weg voor Israël en dat is keer op keer zo. Dus dat de HEERE nu de weg wijst, is bijna iets dat niet opvalt.

 

 

Maar het is goed om even terug te kijken naar het moment dat Jozua voor de eerste keer Ai probeerde in te nemen. Bij de vorige keer heeft God namelijk helemaal niets gezegd. God ontbreekt in de geschiedenis op het moment dat er een ban in het leger is en God wijst op dat moment niet de weg. Er zijn geen voorschriften hoe ze Ai moeten innemen. En dit blijkt cruciaal te zijn voor het vervolg. En wat gaat er dan mis? Het is niet alleen Achan die een ban in het leger had gebracht, maar het is ook, en misschien wel vooral, Jozua die geen raad van God vraagt. Jozua richt zich niet tot God en al zou het al zo zijn dat God op andere momenten Zelf begint te spreken, Jozua is nu zonder dat God sprak gegaan.

 

Wat zou er gebeurd zijn als Jozua Gods stem had gemist? Of wat als Jozua God om raad had gevraagd? Dan had God ongetwijfeld geen advies gegeven om de strijd aan te gaan. Dan had God laten zien wat er aan de hand was en waardoor het volk in gevaar was. Zonder Gods goedkeuring en onscheidingsvermogen wordt de strijd een uiterst gevaarlijke aangelegenheid. En nu staat er in dit hoofdstuk dat de HEERE spreekt en vertelt wat er moet gebeuren. Er is niets meer tussen het volk en de HEERE. Bij Hem is opgelost ook echt opgelost.

 

En dan blijkt ook dat Jozua geen slechte legeraanvoerder was. De tactiek van de vorige keer, stelt God nu Zelf ook voor. Alleen nu is de strijd al gewonnen omdat de vijand geen geestelijke ruimte onder het volk krijgt. Ik weet niet hoe jij met Gods stem omgaat, maar ook in de geestelijke strijd tegen de macht van satan is op eigen initiatief gaan uiterst gevaarlijk. Misschien moet God eerst nog laten zien wat er in je leven opgeruimd moet worden.

 

Maar de vraag is of de momenten dat God niet spreekt, wij dat opmerken. Of is het eigenlijk voor ons heel gewoon dat God geen advies geeft, zodat we het niet eens missen. En nee, in de geestelijke strijd zijn heel veel dingen op het oog geen grote levenskeuzes, maar de werkelijkheid waarin de gelovige leeft en strijd stijgt wel uit boven het aardse en is gericht op de doorbraak van Gods Koninkrijk. Zonder de stem van God, is het nodig dat we eerst bij God aankloppen. Hij is de Bevelvoerder en wij staan daar altijd ons. En in die weg is de strijd een gewonnen strijd.

 

Gebed: HEERE God, soms vind ik het niet eens opmerkelijkals Uw stem ontbreekt en ga ik zo makkelijk op eigen initiatief verder. Ongeacht of ik dan dingen over het hoofd zie. Ik wil zonder Uw stem nooit verder gaan en strijden alleen met U erbij.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom