Smaad en spot omwille van Jezus

 

"Zalig ben u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er voor u geweest zijn." (Mattheüs 5:11 en 12)

 

Gerechtigheid doen en vervolgd worden, dat maakt dat er altijd nog wel mensen zijn die dat bijzonder vinden. De zaligspreking van gisteren is daardoor niet de zaligspreking die het meeste kost. Leven vanuit het Koninkrijk is voor sommige mensen een weldadigheid. Ook humanisten zijn er blij mee. En daarom, zolang het niet te extreem is, kan er nog wel heel veel. Er is alleen één punt waardoor het soms ineens heel anders kan gaan. Jezus noemt je namelijk zalig op het moment dat jou onrecht wordt aangedaan omwille van Hem.

Al de zaligsprekingen is geen keuzemenu. Het is niet dat het ene er wel bij kan horen en het andere niet. Elke zaligspreking geldt voor alle kinderen van het Koninkrijk. En is dat de prijs die er voor jou bijhoort. De beloften zijn allemaal heel mooi voor straks na dit leven, maar de realiteit ook van deze zaligspreking is wel een feit. Je bent zalig als dit voor je geldt, maar het hoort wel bij het leven als een kind van het Koninkrijk. Misschien zijn de leugens waardoor er kwaad tegen je gesproken wordt en versmading wel iets dat heel dichtbij je gebeurt.

 

En hoe meer je Jezus liefhebt en hoe meer je verlangt om voor de Koning te leven, hoe erger het wordt. Het is vervolging omwille van Jezus. Het is misschien zelfs wel jalouzie omdat je leven met Jezus zo intens is en dat mensen in je omgeving je het ten diepste niet gunnen. En het heeft smaad en laster tot gevolg. Soms zijn het van die hele gemene opmerkingen omdat je gewoon verlangt om als een kind van het Koninkrijk te leven.

 

Want dat heeft gevolgen, dat raakt mensen, ook die zo niet willen leven, want ergens worden die mensen die weten dat dit het leven hoort te zijn met Jezus, dat het bij hen niet klopt. Ten diepste klaagt jouw levenhouding hen aan. Vaak zullen ze proberen in schuld te communiceren, ze zullen proberen door halve waarheden je te vertellen dat jij het ook fout doet. Ze weten altijd iets te bedenken om je aan te klagen.

 

Misschien gaat dit nu wel over jou, en ben jij juist degene die zo handelt tegen een kind van het Koninkrijk. En misschien voel je jezelf nu boos worden, of probeer je nu die ander te beoordelen op fouten, zodat je deze boodschap ver bij je vandaan kunt houden. Diep in je hart dat gevoel van jalouzie omdat er iemand in je omgeving is waarvan je weet dat zijn leven vol passie voor God is, terwijl jij het niet hebt.

 

De belofte is wel heel duidelijk voor degenen die dit overkomt. Het hoort bij je zalig zijn wat hier op aarde zichtbaar wordt door je leven als een kind van het Koninkrijk en wat je straks helemaal zult ontvangen. Deze kosten, worden je straks in loon uitbetaald, hemels loon voor de smaad en de vervolging omwille van Jezus.

 

Gebed: Jezus, Uw Naam, Uzelf, daar leef ik voor. Het gaat mij om U, zelfs als mij dat smaad en leugens oplevert. Zelfs als dat heel dichtbij gebeurt. Straks ontvang ik loon, maar voor dat loon leef ik niet, ik wil leven voor U alleen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom