Stilte: arm van geest

 

"Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk van de hemelen." (Mattheüs 5:3)

 

Laten we de dagen tot Pinksteren nadenken over de zaligsprekingen die Jezus heeft uitgesproken als grondhouding voor de kinderen van het Koninkrijk. En laat duidelijk zijn, de acht zaligsprekingen is geen keuzemenu waaruit je mag kiezen. Alle acht de zaligsprekingen gelden voor de kinderen van het Koninkrijk en zijn de houding waarmee we in deze wereld als discipel mogen dienen. Laten we op deze manier naar kijken. Want als je kind van het Koninkrijk bent dan vertellen deze zaligsprekingen ons op welke manier het Koninkrijk door ons zichtbaar zal worden en waarmee we Gods Woorden de wereld indragen. Dan dragen we Gods Woorden de wereld in vervuld met hemelse glorie!

 

 

En dan begint Jezus met de zaligsprekingen helemaal niet in juichstemming. Hij begint met de armen van Geest. De eerste regel van het Koninkrijk vertelt direct dat Farizeeërs en schriftgeleerden geen kinderen van het Koninkrijk kunnen zijn. En waarom niet? Omdat zij niet arm van geest zijn, zij zijn vol van theologie en redeneerkunst. Zij kunnen in eigen kracht hun geloof overeind houden en zij kunnen in eigen kracht allerlei regels vasthouden waardoor ze denken ooit de hemel te bereiken.

 

Het grote verschil tussen hen en de ongelovigen en aan de andere kant de kinderen van het Koninkrijk is dat degenen die arm van geest zijn het Koninkrijk zullen ontvangen. En arm van geest is niet iets zieligs. We krijgen bij sommige zaligsprekingen zo'n gevoel van zieligheid over ons. Want arm van geest dat klinkt toch zielig. Maar dat is het juist niet. Het is de meest krachtige houding in het Koninkrijk. Het is de houding waardoor wij erkennen totaal afhankelijk te zijn van God.

 

Juist dat maakt de kinderen van het Koninkrijk zo sterk. Op het moment dat jij je eigen kunnen meer en meer loslaat en afhankelijk wordt van God, zul je ervaren dat Gods kracht, jouw zwakheid sterk maakt. Dan krijgt Gods Geest echt alle ruimte om in jouw leven door te gaan werken. Zolang wij nog van alles blijven kunnen en sterk van geest denken te zijn werken we de kracht en de ruimte van de Heilige Geest tegen. Het woord 'arm' wijst vooral op het feit dat wij in onze kracht niets hebben en bedelaars zijn bij God. In de eerste plaats om genade, maar het is maar zeer de vraag of Jezus dat hier bedoelt. Arm van geest is nog meer dat wij met onze geest zwak en hulpbehoevend zijn. Arm van geest maakt je juist een bedelaar om Gods Geest!

 

Bedelaar om Gods Geest en niet om je zondaar te voelen, maar om in de kracht van de Heilige Geest het Koninkrijk hier op aarde te kunnen leven. En waar wij erkennen niets te hebben, kan Gods kracht in alle glorie en kracht door ons heen aan het werk gaan, zodat overal waar wij komen, we nooit in onze kracht iets hoeven te toen. En waar jij en ik ruimte geven aan het rijke van Gods Geest, wordt onze arme geest vervult met God Zelf! En ook hier blijft dan de vraag of wij beschikbaar zijn?

 

Gebed: Heilige Geest, mijn geest is arm en leeg en krachteloos, ik ben hulpbehoevend, maar ik verlang naar meer van Uw Geest om zo meer Uw Koninkrijk uit te leven op aarde! Ik bedel om meer, om veel meer!

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom