Stilte: terugkijken

 

"En de elf discipelen zijn naar Galilea gegaan, naar de berg waar Jezus hen ontboden had." (Mattheüs 28:16)

 

Als het stil om je heen wordt en je weet niet waar het heen moet, dan is het niet vreemd dat je gedachten teruggaan naar bepaalde momenten. En net voordat Jezus naar de hemel ging, had Jezus nog allerlei opdrachten gegeven. En we kunnen er gerust vanuit gaan dat de discipelen daar nog wel over nagedacht hebben in de tijd dat ze biddend afwachtten wat komen ging. Want die opdracht van Jezus: "Ga dan heen, onderwijs al de volken" was wel een opdracht van formaat.

Want wat moet je dan onderwijzen op het moment dat de Heilige Geest komt? Het is heel verleidelijk om te zeggen dat de Heilige Geest dat wel zal zeggen en zal doen, maar we blijven ook zelf verantwoordelijk. En ondanks dat de Heilige Geest door ons werkt, is het wel belangrijk om Gods waarheden zo te kennen dat als het zover is, je ook weet waar het over gaat.

 

Voordat Jezus de opdracht had gegeven om heen te gaan en overal te preken had Hij hen opdracht gegeven om naar een berg in Galilea te gaan. Dat lijkt zo'n opmerking tussendoor die het hele verhaal na de opstanding wat inkleurt. Toch valt op dat de verschillende Bijbelvertaling het woord 'ontboden' op heel verschillende manieren vertalen. Het woord dat er in het Grieks staat is een behoorlijk vreemd woord dat lastig is te vertalen. Het grondwoord heeft alles te maken met 'ordenen'. Doorvertaald is het ook een reële optie om hier te vertalen dat ze naar de berg moesten gaan waar Jezus Zijn orders had gegeven. En welke berg was dat in Galilea? Dat was op de berg waar Jezus de zaligsprekingen uitsprak. De berg waar de Nieuw Testamentische grondregels van Gods Koninkrijk door Jezus werden uitgesproken.

 

Hoe ga je dan straks, met de Heilige Geest de wereld in? Uitgezonden vanaf die berg waar Jezus de Bergrede uitsprak. Uitgezonden met in gedachten de regels van het Koninkrijk van God. De basis begint niet met de preek die we mee moeten nemen de wereld in, de basis begint met het feit dat je als kind van het Koninkrijk leeft. Dat is wat Jezus bedoelt. Geen enkele uitspraak van ons zal kracht hebben zolang we leven vanuit deze wereld. Gods Woorden krijgen pas kracht als we ze uitleven als kinderen van het Koninkrijk. 

 

Zowel voor, als na de woorden van God, heeft deze wereld een intense behoefte om de tekenen van het Koninkrijk erbij te zien. Voor de woorden gaat het om ons leven als hemelburgers. Dan hoeven we ook geen woorden achter te houden omdat we ons misschien voor onszelf schamen. En na de woorden van God, belooft Jezus dat de tekenen van het Koninkrijk in bevrijding, genezing en bescherming op het geloof zullen volgen.

 

We worden uitgezonden in deze wereld, ja met Gods Geest, maar ook vanaf de berg waar Jezus met Zijn onderwijs begon. En dat kan geen toeval zijn. Het onderwijs van Jezus is het onderwijs waarmee wij in deze wereld alle volken hebben te onderwijzen.

 

Gebed: Koning van alle koningen, U bent alle aanbidding en eer waard en Uw Koninkrijk wil ik uitleven, zodat Uw woorden werkelijk kracht zullen doen doordat mijn leven er van getuigt dat dit de waarheid is.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom