Jezus vervangt Mozes

 

"Hij is een Dienaar in het heiligdom en in de ware tabernakel, die de Heere heeft opgericht en niet een mens."(Hebreeën 8:2)

 

Het zal voor de lezers van deze brief ergens ook wel een conclusie zijn die ze moeilijk konden plaatsen. Je zou namelijk maar een Jood zijn en te horen krijgen dat eigenlijk de hele tabernakeldienst en de tempeldienst niets voorstelden. En dat terwijl de straf op onzorgvuldigheden rond de offerdienst heel zwaar bestraft moesten worden. En toch blijkt dat de hele dienst van het heiligdom niet was waar het op leek.

 

 

Het was ten diepste niet mogelijk dat iets van de aarde tabernakeldienst de zonden van het volk zou kunnen verzoenen. Daarom moest de priester ook elke dag weer opnieuw met de offers naar binnen. En het heilige der heilige was helemaal bijna onbereikbaar.

 

De wet van God is naast dat deze een verbond was, ook de grondwet van Gods Koninkrijk. En het overtreden van deze wet maakte dat er verzoening nodig was. En toch waren offerdieren daar niet voldoende voor.  Maar eigenlijk gaat het nog veel dieper. Niet alleen de offerdienst was niet waar het echt om ging, ook het wonen van God in de tabernakel was niet waar het echt om ging. God wilde alleen door deze tekenen vooruit wijzen naar wat komen zou. Het hele verbond van Mozes was slechts tijdelijk.

 

Jezus is gekomen om echt te voltooien waar de hele dienst in het Oude Testament een voorbeeld van was. Er is maar ene dienst van het heiligdom en dat is de plaats waar God woont. Daar is het echte heilige der heilige. En daar is Jezus voor gekomen. Daarvoor was Hij Priester van eeuwigheid. Daarom liet Jezus Zichzelf helemaal vernietigen. Niet voor niets mocht er van een offer in het Oude Testament niets overblijven.

 

Jezus is de Hogepriester van het eeuwige verbond. En waar de hogepriester niet verder kon komen dan het heilige der heiligen, daar kwam Jezus tot aan de rechterhand van de Vader. En doordat Hij ons met God verzoend, kan God wonen, niet in een heiligdom met handen gemaakt, maar kan God wonen in Zijn geestelijk heiligdom.

 

Mozes was slechts een dienaar van een door mensenhanden opgericht heiligdom, maar Jezus was Dienaar van een hemels heiligdom. Dat bracht het kruis op Golgotha tot stand. De priesters in het Oude Testament moesten zichzelf telkens reinigen, want zij waren zondig, maar Jezus was zonder zonden en daarom is Hij de Hogepriester van het betere verbond. Hij was er Eén naar de orde van Melchizedek, zeker! Maar Hij was meer dan hem. Jezus is Priester, volmaakt en zuiver. En waar Hij binnentreed in Gods heiligdom, ontheiligt Hij het niet.

 

Het Oude Testament gaat in vervulling in Jezus. Er is geen offer meer nodig. God wil geen offers meer, maar Hij wil slechts gaven ontvangen. De gaven die Hij uitdeelt, die wil Hij vrijwillig terug ontvangen. We hebben overgeslagen dat Abraham de tienden gaf aan Melchizedek. Maar de tienden van de overwinning, de tienden van de gaven die God ons geeft door Jezus, vraagt Hij vrijwillig terug. Met als enige reden dat alles volbracht is om niets!

 

Gebed: Heere God, U komt alles toe, want door Uw Zoon is alles in Uw heiligdom volmaakt geworden. En tegelijk woont U in mij, als in een volmaakte tabernakel, omdat niet meer ik, maar Jezus in mij leeft.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom