Koning van de gerechtigheid

 

"In de eerste plaats was hij - aldus de vertaling van zijn naam - koning van de gerechtigheid" (Hebreeën 7:2b)

 

En toch blijkt de sschrijver van de Hebreeënbrief iets te hebben overgeslagen om het nu pas terug te laten komen. De eerste en belangrijkste eigenschap van Melchizedek noemt hij pas nadat hij het koningschap van Salem en het priesterschap van God heeft genoemd. De koning die op Abraham afkwam en dus ook Jezus die op ons afkomt heeft nog een andere eigenschap en die eigenschap gaat voorop. Hij is koning van de gerechtigheid.

Door de vergelijking met Melchizedek wordt Jezus aan ons voorgesteld als de Koning van de gerechtigheid. Daar ligt het zwaartepunt van Zijn diepste bestaan. En dan is de vrede ook niet zo vreemd, want waar gerechtigheid heerst is ook de vrede aanwezig. En om vrede te kunnen aanbieden is verzoening nodig. Maar het maakt wel duidelijk met welk doel Jezus is gekomen. Hij kwam niet om ons te verzoenen met God, dat hoorde er wel bij, maar Hij kwam als Koning van de gerechtigheid.

 

Jezus wilde gerechtigheid omdat Hij Koning is van het Koninkrijk van de gerechtigheid. Jezus is als priester naar ons toegekomen omdat Hij Koning is van het Koninkrijk waar alleen maar rechtvaardigheid heerst. Het woord 'gerechtigheid' heeft alles te maken met rechtvaardigheid, oprechtheid en eerlijkheid. Gerechtigheid is alles wat voldoet aan Gods wet, inclusief de straf die er door de overtreding bij is gaan horen. En waar de overtreding verzoend is, daar keert de gerechtigheid weer terug. 

 

Als Jezus dus vrede wil aanbieden, moet de gerechtigheid hersteld worden. Anders kan Hij de vrede niet aanbieden. Maar Hij komt als een Melchizedek naar ons toe. Hij heeft er voor gekozen om ons te ontmoeten, terwijl Hij Koning van de gerechtigheid is. Maar het laat dan wel gelijk zien wat Zijn bedoeling is met alles wat Hij heeft gedaan. Zijn verzoening en Zijn vrede is gericht op het feit dat Hij in de eerste plaats Koning van de gerechtigheid is. Dat is Zijn Koninkrijk en daarmee is Hij naar ons toegekomen.

 

Er is maar ene reden waarom dat Jezus op deze manier is gekomen. Het complete initiatief komt bij God vandaan om ons weer onderdeel te maken van Zijn Koninkrijk. Daar gaat het om. Jezus is niet gekomen om ons te redden in de eerste plaats, Jezus is gekomen om de gerechtigheid te herstellen en het Koninkrijk van de gerechtigheid weer op aarde te vestigen. Als je dit tot je laat doordringen en jij weet dat je zonden verzoend zijn omdat Hij tegelijk ook Priester van de allerhoogste God is, dan ga je anders naar gerechtigheid kijken. Want door geloof ben je onderdaan geworden van het Koninkrijk van de gerechtigheid. Dan ben je niet langer burger van de aarde met alle ongerechtigheid, hier woon je nog slechts, maar Jezus kwam om je burger te maken van Zijn Koninkrijk. En is jouw leven dan vol van gerechtigheid? Of kan er nog heel veel mee door?

 

Wij worden geroepen om dienstknechten te zijn van de gerechtigheid omdat onze Koning de Koning van het gerechtigheid is. Sta op een leef voor gerechtigheid!

 

Gebed: Koning van de gerechtigheid, omdat U kwam om gerechtigheid te herstellen en dat Koninkrijk van U op aarde zichtbaar te maken, wil ik een dienstknecht van de gerechtigheid zijn! 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom