Wij hopen omdat Jezus al binnen is

 

"Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, Die naar de ordening van Melchizedek Hogepriester geworden is tot in eeuwigheid" (Hebreeën 6:20)

 

We zijn gisteren opgeroepen om niet traag te zijn. Die traagheid heeft ook alles te maken met de hoop die voor ons ligt. De volle inzet die gevraagd wordt heeft te maken met dat we door alles heen de hoop hebben om binnen te gaan in het binnenste heiligdom. En onderweg is het wel de bedoeling om door te groeien naar volwassen gelovigen om ook het diepere onderwijs met betrekking tot Christus tot ons te nemen.

Tot het einde toe wordt van ons de volle inzet gevraagd. En om daarbij te helpen heeft God ons de hoop gegeven door de belofte van het eeuwige leven. En dwars door alles heen worden we opgeroepen om ons aan deze beloften vast te houden. Hoe het ook gaat en wat ons onderweg nog ontmoet, er is één ding zeker: We zullen straks in het binnenste heiligdom binnen gaan. Dat is de troost die er is en dat is de hoop die voor ons ligt.

 

We hopen om aan het einde werkelijk binnen te gaan bij God. En die hoop is niet iets van dat we dit maar hopen dat het goed komt. Het is een anker van onze ziel. Wij gooien onze ziel als een anker uit in de hemel. Dat doen we. We gooien onze ziel al vooruit en we weten zeker dat we daar straks zullen zijn. Eigenlijk is onze ziel al binnen gegaan. Want Jezus is als onze Voorloper al binnengegaan.

 

En hoe zeker is het dat elke gelovige straks zal binnengaan? Dat is zo zeker als het maar zijn kan. God heeft het met een dubbele eed bevestigd. Abraham kreeg ook een eed en hij heeft daarop gewacht en hij geloofde God op Zijn Woord. Dat is voor ons ook de ene kant. God heeft het beloofd en God kan niet liegen. Daarom hopen wij op Gods woord! Je mag je uitstrekken naar de eeuwige toekomst omdat God het Zelf belooft en God kan niet liegen. Je zult uiteindelijk Thuiskomen.

 

Maar er is nog een tweede eed door God gegeven. God heeft zelfs het bewijs gegeven! En het bewijs is dat Jezus Zelf al als Voorloper naar binnen is gegaan. Dat is het bewijs dat ook jij in het geloof zult volgen. Jezus is als Voorloper, vooruitgaande aan alle gelovigen al vast voorgegaan en daardoor verzekert God dat jij zult volgen.

 

Baby's in het geloof blijven wankelen, zeker als de verdrukking komt. Daarom is een volwassen geloof belangrijk! En wat er ook gebeurd, daarbij geeft God de eed als een bevestiging dat niemand die in Christus is, zal achter blijven. En deze hoop wordt sterker hoe minder je een baby bent en hoe meer je geloof groeit naar volwassenheid. De Hogepriester is al binnen om voor jou te bidden en we zullen steeds meer leren hoe veilig we zijn bij Hem en hoe zeker Zijn Koninkrijk er zal zijn. Want Hij is de Koning-Priester. Hij regeert en is Priester.

 

Gebed: Jezus, U bent al binnengegaan in het binnenste heiligdom. Het is voor mij de zekerheid dat ook ik zal binnengaan! En nu is de hoop mijn anker. En mijn anker ligt al binnen, terwijl mijn levensschip nog schudt in dit leven. Maar ik zal groeien naar volwassenheid zodat mijn anker steeds sterker zal worden.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom