Door lijden geheiligd

 

"Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door leiden zou heiligen." (Hebreeën 2:10)

 

Er is nog meer dat God met jouw leven van plan is. Gisteren dachten we al na over het feit dat wij, door de zonden, een korte tijd minder zijn geworden dan de engelen, maar dat God, door Jezus herstel wil geven, zodat wij weer zullen heersen over deze aarde, zoals God bedoelt heeft. En het vervolg dat er dan overheen komt is dat God ook wil dat veel kinderen tot de heerlijkheid zullen worden gebracht.

 

 

Naast het feit dat de mens bestemt is om te heersen voor God op aarde, is het ook Gods bedoeling geweest dat wij dezelfde heerlijkheid zouden hebben dan de Vader en de Zoon. Adam leefde voor de zondeval in dezelfde heerlijkheid als God. Het was volmaakt en zonder zonde. En God wil jou weer terugbrengen in Zijn heerlijkheid, zodat Hij elke dag met jou volmaakt kan wandelen. Maar de weg naar die heerlijkheid is voor onszelf niet meer te vinden.

 

De Zoon is ook een korte tijd minder geweest dan de engelen op het moment dat Hij kwam om te lijden en te sterven. Hij heeft de dood geproefd voor iedereen die in Hem zou geloven. De schrijver van de brief noemt dit proeven van de dood, de genade van God. Dit was genade, zodat Hij voor allen de dood zou proeven.

 

En dit lijden was nodig om Hem Leidsman van onze zaligheid te maken. Dat staat er! Het lijden van de Zoon was nodig, want anders had Hij nooit de Leidsman van onze zaligheid kunnen worden. Om ons tot de heerlijkheid te brengen, maar Hij door het lijden heen. Het gaat door het lijden heen, tot de heerlijkheid. En als Jezus door het lijden heengaat en zo weer teruggaat tot heerlijkheid, dan neemt Hij onderweg alle gelovigen mee. Door het lijden is Jezus gaan leiden. Als dit niet was gebeurd, had Jezus wel mensen kunnen leiden tot de hemelpoort, maar nooit er doorheen.

 

Terugkomen in Gods heerlijkheid kan alleen door het lijden van Jezus. Daarmee werd de weg gebaand. En het geloof in Jezus maakt je deelgenoot van de heerlijkheid. Het intens diepe lijden was nodig zodat alles wat de gevolgen van de zonde waren, overwonnen zouden worden en uitgewist zouden worden. Door het lijden heeft God Jezus apart gezet en Hem eigenlijk aangesteld tot Leidsman van de zaligheid. En iedereen die Jezus volgt, zal niet verdwalen op de weg richting de heerlijkheid.

 

Jezus is namelijk door het lijden rechtmatig door God aangesteld als Leidsman. Want door Jezus lijden is alles opgeruimd waardoor wij bij God niet welkom zouden zijn. De Zoon is niet alleen Degene die jou redt, ook niet alleen degene die jou herstelt in je staat als heerser, maar Hij is ook je Leidsman om uiteindelijk, straks aan te komen bij de heerlijhkeid. In Hem heb je de macht om namens God te heersen al teruggekregen, maar door achter deze Leidsman aan te gaan, Die door het lijden apart is gezet, zul je ook aankomen in Gods heerlijkheid!

 

Gebed: Vader God, U heb door Jezus te heiligen na Zijn lijden onderstreept dat Hij het is waardoor onze toegang tot U open staat. Ik zal Hem volgen en ik geloof dat ik dan ook uiteindelijk aan zal komen in Uw heerlijkheid. Dan zal ik echt als koning met U heersen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom