Gods herstelplan

 

"Nu zien wij echter nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn, maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond." (Hebreeën 2:8b en 9a)

 

Ik geloof dat dit gedeelte een waarheid bevat die wij in de kerk uit het oog verloren zijn. Het gedeelte begint namelijk niet met Jezus, maar met de mens. Er staat in vers 7 dat God de mens voor een korte tijd minder heeft gemaakt dan de engelen. Letterlijk staat er: 'een kort ietsje'. En er staat achter dat God de mens met eer en heerlijkheid heeft gekroond en dat Hij hem gesteld heeft over de werken van Zijn handen. Dat is waar wij voor bedoeld waren.

In Genesis 1:26 stelt God de mens aan als vertegenwoordiger van Hemzelf op aarde. Heers over heel de aarde. Dat is je bestemming toen jij geschapen werd. We zijn bestemd om als koningen voor God te heersen op aarde. En dat is fout gegaan en op dat moment heeft God de mens een korte tijd minder gemaakt dan de engelen. Dit gaat niet over Jezus, maar dit gaat over jou en over mij!

 

Het is altijd Gods plan geweest dat we zouden regeren als koningen over Zijn werken. En toen Hij de Zoon in de wereld zond om door Hemzelf de reiniging van onze zonden tot stand te brengen, is Jezus ook gekomen om Zijn Koninkrijk dat wij zijn kwijt geraakt weer op aarde terug te brengen. Jezus is gekomen om te herstellen en om ons vanuit onze korte tijd dat wij minder zouden zijn dan de engelen, ons in onze waarde te herstellen en ons weer opnieuw aan te stellen als koningen op aarde. Want wij die geloven zullen met Hem als koningen heersen op aarde.

 

En nu is Jezus gekomen en God heeft Hem alle dingen onderworpen. Jezus is als de volmaakte mens over alle dingen gezet en door Zijn volmaakte offer is het mogelijk dat in Hem, ook wij hersteld worden in onze oude staat, namelijk dat wij weer zouden heersen op aarde. En omdat alles aan Jezus is onderworpen zullen wij als koningen heersen in alle eeuwigheid (Openbaring 22:5). En als jij denkt dat Jezus slechts kwam voor de reiniging van je zonden, dan ontneemt dit gedeelte je deze illusie. 

 

Jezus is, als de tweede Adam, de Mens die opnieuw alle dingen onderworpen zijn. En zien we dat dan nu al? Want we zien het niet dat alle dingen Hem onderworpen zijn. En misschien zou je ook in vers 8 niet Jezus moeten invullen, maar de mens in Christus. We zien nog niets van het onderworpen zijn van de schepping aan Hem. Maar wij zien Jezus met eer en heerlijkheid gekroond. Door het geloof zien we de overwinning van Jezus en het herstel van de mens in Hem. En daarmee zijn wij hersteld in onze staat en worden we ook nu geroepen om te heersen als koningen voor God. En nee, de victorie is er nog niet, maar de beslissing is al gevallen op Golgotha. En de korte tijd van minder zijn is bijna voorbij. En Jezus herstelt je na de reiniging van je zonden in je staat als koning.

 

Gebed: Vader God, U had ons niet nodig om Uw schepping in volmaaktheid te regeren. U had nooit meer naar ons hoeven omzien en U had ook alleen mijn zonden kunnen vergeven als U dan zo graag wilde dat de hemel vol zou worden, maar U vergeeft en herstelt door Jezus. Dank U voor herstel en leer mij nu al koning zijn.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom