Naam boven alle namen

 

"Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, voortreffelijker is dan die van hen." (Hebreeën 1:4)

 

Het zevende aspect waarmee de Zoon aan het begin van de Hebreeënbrief wordt aangeduidt als het spreken van God in de laatste dagen is dat Hij een grotere naam heeft dan de engelen. En pas nu komt eigenlijk de intieme relatie tussen de Vader en de Zoon in beeld. En eigenlijk laat dit zevende aspect van de Zoon nog veel dieper zien wat het zowel de Vader als de Zoon heeft gekost, toen de Zoon naar de aarde ging om de reiniging van de zonden door Zichzelf tot stand te brengen.

 

 

De Zoon wordt nu, als een soort triomfkreet van de schrijver genoemd als de hoogste Naam. Hij heeft een Naam gekregen boven alle Naam. Hij is zoveel meer geworden dan de engelen. En het verschil tussen de Zoon en de engelen is net zo groot als het verschil tussen dè Naam die Hij als erfdeel kreeg en de naam van die van de engelen. Want hoewel de Zoon Zichzelf minder maakte dan de engelen toen Hij uit de hemelse gewesten wegging naar de aarde, is er niemand geweest waarover God de Vader uitriep: "U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt."

 

God de Vader Zelf, verwekte op aarde Zijn Eigen Zoon. En die Zoon is de Zoon waarmee de Hebreeënbrief begon. De Zoon waardoor God in het laatste van de dagen sprak. Gods Eigen Zoon, door God Zelf op aarde verwekt. En als we dit beseffen, hoe groot is dan het lijden in de hemel geweest vanwege onze zonden.

 

Want dit heeft niet alleen het lijden voor de Zoon met zich meegebracht, maar ook het lijden van de Vader, Die Zijn Eigen Kind Jezus op aarde intens heeft zien lijden. En hoewel daarmee Gods toorn over de zonde werd geblust, moet dit lijden van de Vader intens en niet te bevatten zijn geweest.

 

De heerlijkheid van Jezus in de hemel legde Hijzelf af door naar de aarde te gaan en hoe groot is deze afstand geweest. Het was nodig voor ons dat God op deze manier zou spreken. Al die fragmenten uit het Oude Testament lieten wel iets van Gods genade zien, maar dit spreken van God door de Zoon, die alles aflegde is een spreken dat getuigd van onbegrijpelijke, onbevattelijke, onmetelijke en immense liefde voor jou en mij.

 

De Man met de Allerhoogste Naam geeft Zich volledig, terwijl Hij dit niet hoefde te doen. En de onmetelijke God gaf Zichzelf om alles in orde te brengen waar Hij niets aan fout had gedaan. Als je deze 40-dagentijd iets wil beseffen van de diepte van het lijden van Jezus, dan moet je deze waarheid van vandaag tot je laten doordringen. Niemand was er hoger dan de Zoon, Hij was God Zelf in het vlees. En Hij liet Zichzelf vernietigen.

 

En wat mensen niet deden, doen de engelen wel, toen de Zoon in de wereld werd gebracht: Ze aanbidden Hem! Zouden wij niet volgen in aanbidding met de engelen. Glorie aan de Zoon.

 

Gebed: Zoon van God, U bent de Allerhoogste en U hebt de Naam boven alle namen. U komt ook mijn glorie en aanbidding helemaal toe. U kwam, als de Zoon van Uw Vader. Vader dank U wel dat U Uw Eigen Zoon stuurde en gaf. Om mij vrij te maken, gaf U werkelijk alles!

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom