De Zoon brengt de reiniging Zelf tot stand

 

"Nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht" (Hebreeën 1:3d)

 

De Zoon is eigenlijk maar heel even op aarde geweest. Het is een periode geweest waarin Hij hier was om te doen wat gedaan moest worden. Maar in die korte periode heeft Hij alles doorgemaakt en aan alles geleden dat ooit maar mogelijk was. Als je Hebreeën 1 goed leest staat er eigenlijk: "God heeft in de laatste dagen gesproken door de Zoon, Die Zich gezet heeft aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen." En dan staat er ene tussenzin: "nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht."

Jezus is pas naar de hemel terug gegaan op het moment dat Hij de reiniging van jouw zonden tot stand had gebracht. Denk hier maar gerust even over na. God sprak in het laatste van de dagen door de Zoon. En ook de reiniging van jouw zonden is het spreken van God in het laatste van de dagen. Ook de reiniging van zonden was voorheen gefragmenteerd. Alles wat God daarover had laten weten was ook op vele malen en op vele wijzen, maar nooit volledig. En in het laatste van de dagen heeft God ook over de reiniging van de zonden door de Zoon gesproken. En hoe deed God dat? Door Hem deze reiniging door Hemzelf tot stand te laten brengen.

 

God heeft niet gezegd dat wij zelf ons moeten reinigen van onze zonden. Dat denk je misschien soms wel. Dan denk je dat jij heel hard je best moet doen om van je zonden af te komen. En vroeger deden ze dat door telkens weer offers te brengen en ze waren er zo druk mee. Maar in onze tijd heeft God alle fragmenten bij elkaar gebracht door de Zoon in de wereld te laten komen. En in de Zoon zijn dit er geen afbeeldingen meer van, het zijn geen fragmenten meer, maar de Zoon heeft de reiniging van de zonden Zelf tot stand gebracht.

 

De Zoon van God is Zelf gekomen en heeft Zelf alles gedaan wat nodig was om jouw te reinigen van je zonden. Hij deed dat zelfs voordat Hij aan de rechterhand van de Majesteit van God in de hemel Zijn plaats heeft ingenomen. De Zoon is dus gekomen om je te reinigen van je zonden en dat heeft Hij niet gedaan door jou aan het werk te zetten, maar dat deed Hij door Zelf aan het werk te gaan en Zichzelf te laten sterven in onze plaats. Reiniging van de zonde kan bij God alleen doordat de dood er tussenkomt. En Jezus deed dit Zelf om zo de reiniging tot stand te brengen. 

 

En zo is het gebeurd. Jezus bracht de reiniging Zelf tot stand. En daarmee is dat geen taak meer van ons. En het niet iets waarvoor wij iets moeten doen, het is het werk van de Zoon Zelf. Het is het werk van Hem Die de afdruk is van Gods Wezen. Met andere woorden: God doet het voor jou! En jij hoeft dit alleen maar te geloven.

 

Gebed: Zoon van God, eigenlijk kan ik er met mijn verstand niet bij dat U Zelf voor de reiniging van mijn zonden zorgde en dat ik dit alleen maar hoef te geloven. En wat U reinigt, reinigt U echt en helemaal. Dank U wel dat U mij reinigt.

Reacties   

0 #1 dicky 06-03-2014 11:23
Wat een wonder van genade
Citeer

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom