Gedragen door het krachtig woord

"Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord."(Hebreeën 1:3c)

 

God spreekt door de Zoon in onze tijd. De Zoon Die Erfgenaam is, de afstraling van God heerlijkheid en de afdruk van Gods Wezen. Maar daarmee is nog niet alles gezegd van Hem door Wie God in het laatste van de dagen tot ons spreekt. De Zoon draagt ook alle dingen door Zijn krachtig woord. Zo is de Zoon in de wereld gekomen, alles dragend door Zijn krachtig woord.

 

 

Eigenlijk is dit misschien voor ons leven nu wel het meest troostvol. Toen Jezus in de wereld was, leek alles uiteindelijk op Zijn ondergang uit te lopen. Ongetwijfeld hebben de mensen het toen ook meewarig aangezien en gedacht: Als dit de Messias moet zijn, dan hebben we ons vast vergist. Maar toen God de Zoon in de wereld zond, toen droeg Hij alles door Zijn krachtige woord.

 

De schrijver van deze brief verbindt dit 'woord' eigenlijk aan de woorden uit het tweede vers. Want door de Zoon heeft God de wereld ook gemaakt. We lezen dit ook terug in Johannes 1. Het Woord heeft geschapen. En nu zegt de schrijver dat de Zoon die tot ons spreekt alles draagt door Zijn krachtig woord. En het woord dat hier voor 'woord' wordt gebruikt is niet het 'logos', het woord dat is en die een persoon is in Johannes 1, maar hier gebruikt de schrijver het woord 'rhema' en dat is maar op ene manier te vertalen: het gesproken of geproclameerde woord. Dit is hetzelfde woord dat Paulus in Efeze 6 gebruikt voor het zwaard van het Woord. Het gaat hier over Gods gesproken woorden. Het zijn de woorden met dezelfde kracht als waarmee de wereld is geschapen. Hij gebiedt en het staat er. God zei: Er is licht, en er was licht.

 

En op diezelfde manier is de Zoon in de wereld gekomen en Hij draagt deze wereld en alle dingen door Zijn krachtig woord. In de woorden die Hij spreekt zit intense Goddelijke kracht dat het fundament is onder alle dingen. Niets in deze wereld is aan het toeval overgelaten, alles wat er is, wordt gedragen door het krachtige woord van de Zoon. En al lijkt deze hele wereld te wankelen en al lijkt soms je hele leven op zijn kop te staan, alles blijft gedragen worden door het woord dat de Zoon spreekt. En dat is nog steeds zo.

 

Vandaag is het de troost voor iedere gelovige dat de Zoon niet alleen Gods woorden van het Evangelie heeft gesproken, maar dat Hij ook sprak en spreekt met woorden die het verschil maken. Waar alles wankelt, daar spreekt de Zoon en wij weten dat daarmee alles in Zijn hand is. En tegelijk geldt dat ook voor alle gesproken woorden die Hij sprak toen Hij op aarde was. Dat waren woorden met Goddelijke en scheppende kracht. En daarmee zijn de Evangeliewoorden, woorden met Goddelijk gezag. En als Jezus dan zegt: "Gelooft", dan is geloven mogelijk omdat Hij woorden met Goddelijke en scheppende kracht spreekt. Als Hij zegt: "Vertrouw op Mij", dan is het vertrouwen mogelijk omdat Hij spreekt en daarmee ook schept. Alles wat Jezus van je vraagt is mogelijk omdat Hij alles draagt door Zijn krachtig woord.

 

Gebed: Zoon van God, Uw woorden zijn woorden van Goddelijke en scheppende kracht. Ik dank U dat U met die woorden alle dingen draagt en dat daarmee elk woord van U, kracht zal doen in mijn leven. Ik geloof dat alles wat U zegt gebeuren zal!

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom