Afdruk van Gods Wezen

 

"En de afdruk van Zijn zelfstandigheid" (Hebreeën 1:3b)

 

De heerlijkheid van God is zichtbaar in de Zoon. Dat is ene kant van wat in de Zoon zichtbaar wordt van God. De heerlijkheid van het hemelse is zichtbaar, maar de schrijver van de Hebreeënbrief is nog niet klaar. De Zoon is ook de afdruk van Gods zelfstandigheid. Nu lijkt dat niet veel te zeggen. Want dat God in alles zelfstandig is, lijkt toch wel duidelijk? Toch onderstreept dit kleine stukje van de tekst nog meer wie God is en hoe Hij dit zichtbaar heeft gemaakt in het laatste van de dagen door te spreken door de Zoon.

 

 

De heerlijkheid was het ene, maar de zelfstandigheid het andere. De Zoon is daar een afdruk van. Maar om dit goed te begrijpen moeten we op zoek naar het woord dat er in de grondtaal staat. Want dat woord 'zelfstandigheid' is niet echt een woord waarmee duidelijk wordt wat de schrijver bedoelt. Het woord in het Grieks is beter te vertalen met het 'Wezen' van God. En van dat Wezen van God is de Zoon de afdruk. We zouden eigenlijk kunnen zeggen dat de Zoon het beeldmerk is van het Wezen van God.

 

Het is eigenlijk net zoals met een munt. Op een munt zie je een afdruk van een koning staan, zo is ook de Zoon de afdruk van het Wezen van God. Op een munt zie je alleen een beeltenis, maar de Zoon is op die manier niet een afdruk van het beeld van God, maar van het Wezen van God. In Jezus zie je dus niet alleen Gods heerlijkheid zichtbaar aanwezig, maar in de Zoon, waardoor God tot ons spreekt zie je het Wezen van God. Het allerdiepste van Wie God is, God in het 'Zijn' zie je terug in Jezus.

 

God die in Jezus kwam voor verzoening, genezing en bevrijding is de God die in Zijn heerlijkheid wordt gestuurd door Zijn Wezen. Dat God met verzoening kwam heeft te maken met het Wezen van God. In Wie God is, ligt het antwoord op Gods verzoening. En daarmee is dan nu gelijk duidelijk waarom Jezus zoveel geduld heeft met zondaren, waarom Jezus wankelende discipelen met zoveel uithoudingsvermogen telkens weer overeind haalt. Jezus laat het Wezen van God zien. En eigenlijk zou je de vruchten van de Geest uit Galaten 5 er eens bij moeten nemen, daar wordt eigenlijk in de vruchten van de Geest beschreven wie de Geest is, maar daarmee ook wat het karakter van God is.

 

Jezus laat volmaakt het Wezen van God zien. Alles is in Hem aanwezig van dat wat de vruchten zijn van de Geest van God en die vervolgens zichtbaar worden in jouw leven als je luistert naar de Zoon die tot jou spreekt. En wat voorop staat in het Wezen van God is dat Hij liefde is. Hij is ook blijdschap, geduld, vrede, vriendelijkheid, goedheid en al die andere vruchten. Dat is God in Wie Hij is en dat zien we terug in de Zoon. Wat een troost dat God is Die Hij is en dat beeld afdrukt in Zijn Zoon.

 

Gebed: Heere God, het troost mij en stelt mij gerust dat ik in Jezus Uw afdruk mag zien. Nu weet ik zeker dat U geduld heeft met mij, maar vooral dat ik Uw liefde niet kan verdienen, want U bent liefde in Uzelf.

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom