Gods heerlijkheid voor jou zichtbaar

 

"Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is" (Hebreeën 1:3a)

 

Soms is het zo moeilijk om je God voor te stellen. Wie is eigenlijk God en hoe leer je Hem nu echt kennen. God is zo groot, zo op afstand en vaak zo heilig. En misschien loop je wel met de vraag of God jou eigenlijk wel zou willen ontmoeten. God spreekt wel tot je en jij spreekt in zekere zin ook wel met God, maar nabijheid is soms zo moeilijk en misschien nog wel heel eng ook. God ziet je komen met al je zonden en gebreken.

 

De troost van de brief aan de Hebreeën is dat God in de laatste dagen door de Zoon heeft gesproken. Want ook voor de Hebreeën, waarschijnlijk Joden in de verstrooiing, speelde dit punt wel. Joden die tot geloof in Jezus zijn gekomen hebben wel de achtergrond van het Oude Testament. Ze waren opgegroeid met de woorden van de Thora. En als wij de eerste vijf boeken van Mozes lezen, dan merken we de intense heiligheid van God. En ook in de profeten komen we dit tegen. Het is verschrikkelijk om deze God onder ogen te komen.

 

En misschien is dit ook bij jou altijd zo sterk benadrukt. God is heilig en jij onheilig en dat past onmogelijk bij elkaar. En toch brengt het Nieuwe Testament een omslag. Nee, God wordt geen lieve God, maar door het werk van Jezus kan God Zijn liefde wel volledig gaan geven. Totdat Jezus kwam was er wel de dienst van de verzoening door de offers, maar dat stilde ten diepste Gods toorn niet. Maar nadat Jezus was gekomen, kon God voluit genadig zijn.

 

En Wie God is, dat leren we doordat in de laatste dagen de Zoon tot ons heeft gesproken. En de Zoon van God is de afstraling van Gods heerlijkheid. Wat is Gods heerlijkheid? Dat zien we in de Zoon, want die straalt deze heerlijkheid naar ons toe. Jezus zegt ook dat wie Hem heeft gezien, ook de Vader heeft gezien. Hoe groot is dit? Wie God is, zien we in de Zoon. En misschien moet je de beelden die de evangeliën oproepen van Jezus maar eens tot je laten doordringen. Ga er gerust even voor zitten om dat binnen te laten komen. Jezus die zieken geneest, die grote zondaren vrij spreekt van schuld en zonde en die de duivel geen kans geeft. 

 

De Zoon laat je Gods heerlijkheid zien. Dat is God Zelf, Hij laat Gods heerlijkheid op aarde schijnen. Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat overal waar Jezus kwam, Hij de hemel op aarde liet komen. Om Hem heen glansde het van de heerlijkheid van God. En zo Zoon, zo Vader. Gods heerlijkheid is zichtbaar geworden in de Zoon. En ja, vijanden van de Zoon die hebben Gods heerlijkheid ook in Zijn oordeel gevoeld. Farizeeërs en Schrifgeleerden kwamen niet weg bij deze heerlijkheid, maar zondaren, en iedereen die echt bij Hem aanklopte om hulp, wees Hij nooit af. Dat is Gods heerlijkheid in genade en kracht, in verzoening en genezing. De Zoon laat jou Gods heerlijkheid zien.

 

Gebed: Heere God, ik dank U dat ik in de Zoon Uw heerlijkheid mag zien. U laat mij zien Wie U werkelijk bent. Uw heiligheid is nooit veranderd, maar verzoend door de Zoon ben ik heilig zodat ik Uw heiligheid kan ontmoeten en U in Uw heerlijkheid mag zien.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom