De Erfgenaam is gekomen

 

"Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft." (Hebreeën 1:2)

 

God heeft tot ons gesproken door de Zoon! Het is goed om dat tegen elkaar te blijven zeggen. Want toen God de Zoon in de wereld zond was Hij Degene Die sprak tot ons zodat wij zouden weten wat de boodschap is die God heeft voor ons. En er is maar ene manier om werkelijk onder de indruk te komen van de Zoon. Dat kan alleen door te bedenken Wie Hij is en wat Hij heeft gedaan. Want Wie is de Zoon, Wie is ten diepste Jezus Die als God naar deze aarde kwam. En de diepte en grootte van Zijn lijden kunnen we pas echt beseffen als we weten Wie Hij werkelijk is. 

 

Want Wie kwam er om de mensen met God te verzoenen? Er staat een gelijkenis in de Bijbel over een heer die veraf was en slaven naar degenen toestuurde om te kijken hoe de gehuurde landbouwers met zijn land en de opbrengst omgingen. Ze werden aangevallen en gedood. En uiteindelijk neemt de heer van het land de beslissing om zijn eigen zoon te sturen. De erfgenaam, degene die straks het beheer en de regie helemaal zal overnemen. Want daar zullen ze wel naar luisteren. Maar ze doden hem omdat ze dachten daarmee de erfenis te krijgen.

 

God heeft vele malen en op vele manieren tot de vaderen gesproken. Profeten zond Hij, maar ze werden onteerd en gedood. En uiteindelijk heeft God de Zoon gestuurd. God heeft in de laatste dagen door de Erfgenaam gesproken. Het duurste dat Hij had, het meest waardevolle, de Persoon waar de hele toekomst in lag, Hem stuurde God naar de aarde om tot ons te spreken. En als je maar ene zoon hebt, dan ben je dubbel voorzichtig. Je enige kind zou je toch niet willen verliezen.

 

God gaat zover dat Hij Zijn Enige Kind, de Zoon stuurt naar deze wereld. Het is God er alles aan gelegen dat Zijn spreken gehoord zal worden door ons. En daarom zendt Hij de Erfgenaam van alle dingen. En Hij vond de dood, want ze konden Hem niet verdragen en tegelijk was deze dood nodig, want alleen daardoor is verzoening mogelijk. Maar de Zoon, Die sterft aan het kruis, staat ook op. En als Hij opstaat is Hij Erfgenaam tot in eeuwigheid. Alle dingen zullen van Hem zijn.

 

Het is nodig dat we beseffen dat de Erfgenaam tot ons spreekt, want zal God ons met Hem niet alle dingen schenken? Als de Zoon als Erfgenaam uiteindelijk is opgestaan uit het graf, hoe rijk ben jij dan als jij in Christus bent door het geloof. Paulus zegt dat we mede-erfgenamen zijn met Christus. Want zodra jij gelooft in Jezus, ben jij kind van de Vader en daarmee ook mede-erfgenaam van alles dat God de Vader aan de Zoon heeft gegeven. Luisteren naar God in de laatste dagen door wat de Zoon zegt en dat geloven, maakt je tot de rijkste mens op deze aarde.

 

Gebed: Heere God, dank U dat U de Zoon Erfgenaam maakte en Hem liet komen. Het beste dat U had om te spreken gaf U, terwijl U wist dat het Hem de dood zou kosten. Maar ik geloof dat ik in Christus ook een mede-erfgenaam ben van alle dingen.

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom