Toen en nu

 

"Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon." (Hebreeën 1:1)

 

Over een paar dagen begint te lijdenstijd. De komende tijd zullen we elke dag even nadenken over de brief aan de Hebreeën. Als we het eerste vers van deze brief tot ons laten doordringen is het een voorrecht dat in deze tijd te leven. De brief begint niet met een afzender, wie de brief heeft geschreven is niet bekend. De statenvertalers hebben er de naam van Paulus boven gezet, maar zeker is dat absoluut niet. Nergens komt in ieder geval zijn naam of een verwijzing naar zijn naam voor. Maar de brief begint wel met het voorrecht van het 'nu' ten opzichte van het 'toen'.

 

Nu, in deze laatste dagen heeft God gesproken door de Zoon. Er staat niet dat de Zoon heeft gesproken, maar dat alles wat de Zoon sprak en deed, de spraak, de woorden, van God waren. God spreekt tot jou door de Zoon! Weet je, wij zijn niet meer afhankelijk van profeten en andere mensen die ons Gods woorden doorgeven, maar wij geloven dat de Zoon Zelf tot ons spreekt. Door Zijn Woord heen, spreekt de Zoon Zelf en de Zoon heeft gesproken, in woorden en in daden en vooral heeft Hij gesproken als Priester. En zo duidelijk is het voor de komst van Jezus nooit geweest. Het woord dat de schrijver gebruikt voor 'in de laatste dagen' zijn woorden die te maken hebben met de eindtijd. De schrijver was zich duidelijk bewust dat hij in de eindtijd leefde. En in die eindtijd heeft God door de Zoon gesproken. Tot aan het kruis waar Hij riep: "Het is volbracht" en daarna zijn Zijn Woorden elke dag door blijven klinken.

 

Vroeger was dat niet zo. De mensen die leefden voor de komst van Jezus hebben God wel horen spreken, maar dat was op vele wijzen en vele malen. Twee keer wordt er een woord genoemd dat te maken heeft met gedeelten. Vele malen heeft God gesproken, zegt de schrijver. Die 'vele malen' is het beste te vertalen met 'veel fragementen of fases'. En daarnaast ook op veel manieren. En dat waren allemaal woorden die God sprak, maar het was nooit als één geheel. Hij gebruikte daar profeten voor die telkens stukjes van Gods spreken tegen de mensen lieten horen.

 

Die profeten dat zijn alle mensen geweest die door een openbaring wisten wat ze moesten zeggen over God en namens God. Maar nu heeft God tegen ons door de Zoon gesproken. Niet door Zijn Zoon, maar door dè Zoon. Er is maar ene Zoon waardoor God spreekt. Jezus is Zijn Naam. En door te luisteren en te kijken naar Jezus horen we God niet langer spreken in fragementen, maar horen we God spreken zoals Hij werkelijk is.

 

Je bent een bevoorrecht mens dat je in deze tijd mag leven. God spreekt namelijk tot jou. En juist deze brief, die niet altijd eenvoudig is, laat de enorme diepte zien van het lijden van Jezus voor jou en mij! We gaan eerbiedig genieten van Gods spreken tot ons door de Zoon.

 

Gebed: Heere God, dank U wel dat ik mag leven in de tijd waarin U niet meer in fragmenten spreekt, maar waarin U door de Zoon volledig spreekt. Ik wil mij de komende weken openstellen voor wat U wilt spreken door de Zoon.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom