Onze Liefste wil uitgedaagd worden

 

"Laat Mij die (uw stem) horen! Kom haastig mijn Liefste" (Hooglied 8:13 en 14)

 

Nog ene keer Hooglied. Het is de dag voor Kerst waarop we zullen gedenken dat Jezus kwam, maar ook en vooral dat Hij gaat komen. We hebben Hooglied woord voor woord gelezen en overdacht. En nu op het eind gaat de Bruiloft eindelijk beginnen. De Bruiloft zelf wordt in Hooglied niet beschreven. Hoe dat zal zijn, weten we niet. Maar het laatste is ook dat wat voor ons de opdracht is, tot de dag van de Bruiloft. De Bruidegom verlangt om de stem van Zijn bruid te horen op een manier die bijzonder is. En zo verlangt Jezus om jouw stem te horen.

De Bruidegom lijkt hier aan het eind van Hooglied wel een soort van jaloers. De vriendinnen van de bruid horen haar stem. Maar Hij wil haar stem horen. Die vriendinnen moeten haar stem niet horen, maar Hij. Er zit ook iets in van loslaten van haar thuis en helemaal behoren bij haar Liefste. En dat wil ze ook wel, daar gaat het nu niet meer om, maar haar Liefste wil haar stem horen. Hij wil uitgedaagd worden om haar werkelijk te komen veroveren. Hij wil uitgedaagd worden om echt op haar af te komen en mee haar mee te nemen het huwelijk in.

 

En als ze die uitnodiging hoort dat Hij haar stem wil horen, dan roept ze het met al het verlangen dat in haar is: "Kom haastig mijn Liefste en wees als een gazelle, of als een jong hert." Ze wil dat Hij komt zoals een hert komt aangesneld. Zo en niet anders. "Kom, kom dan, mijn Liefste, wilt U mijn stem horen, nou, kom dan, kom!!" Wat een intens verlangen en wat een uitdaging klinkt er door in haar stem.

 

En ondertussen is het voor ons bijna Kerst geworden en hebben we ruim een maand nagedacht over verwachting, over uitzien, over het verlangen naar de komst van Jezus. Niet in de kribbe, dat is herinnering, maar het uitzien naar Zijn komst op de wolken. Uitzien naar Zijn komst als dat van een jong hert, omdat Hij verlangt naar de Bruiloft met Zijn bruid. Vandaag zegt Jezus het tegen ons: "Je familie, je vrienden, ze horen allemaal je stem, maar Ik wil nu je stem horen. Ik wil horen dat je Mij uitdaagt."

 

En wat gaan wij roepen op de laatste dag van Advent van dit jaar? Vragen we of we goede Kerstdagen mogen hebben en we volgend jaar weer Advent mogen vieren? Het zou totaal niet kloppen bij het verlangen waar we over hebben nagedacht. Hoe reageer jij als Jezus je vandaag vraagt om je stem aan Hem te laten horen?

 

Er is maar één manier om je stem te laten horen: "Kom Heere Jezus, kom, kom snel, kom mijn Liefste, kom als een hert aangesnelt, blijf niet wachten, maar kom. Pak de eerste de beste wolk en kom hierheen!" Lieve broer of zus, we moeten roepen omdat Jezus dat van ons vraagt. Hij wil dat we Hem roepen en uitdagen om ons helemaal te veroveren. "Jezus, mijn Allerliefst, kom nu!!"

 

Gebed: Mijn Liefste, kom nu. Neem die wolk en kom. Het is meer dan tijd Heere Jezus, meer dan tijd. Ik verlang naar U. En nu hoort U mijn stem die U zo graag op deze manier wil horen: Kom!

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom