Een muur met torens

 

"Ik ben een muur en mijn borsten zijn als torens. Toen was ik in Zijn ogen als iemand die vrede vindt." (Hooglied 8:10)

 

De broers van de bruid hadden zo hun ideeën over hun zusje. Zij zou een beschermde stad zijn en als er iemand in haar richting zou komen, dan zouden ze er voor zorgen dat haar stad gesloten zou zijn. Maar de bruid zelf heeft wel een behoorlijk andere mening. In ieder geval is zij geen onmondig kind. Ze noemt zichzelf wel een muur. Maar wat voor een muur? Waar haar broers haar als een muur zien die gesloten is en waar zelfs de deur van in het slot zit omdat er geen man binnen mag komen en geen man haar lichaam tot zijn eigendom mag maken, blijkt dat dit meisje veel verder is.

In ieder geval blijkt ze veel volwassener te zijn dan dat haar broers denken. Lichamelijk is ze wel verder gevormd als dat kleine zusje dat geen borsten heeft. Ze heeft ze wel en in de beeldspraak zegt zij dat haar borsten de torens op de muur zijn. De muur is een bescherming, in de beeldtaal is het ook de bescherming waardoor zij nog rein kan blijven. Maar de torens waar zij het over heeft die op de muur staan, zijn torens die voor actieve bescherming zorgen. De torens op de muren zijn van belang om de vijand aan te zien komen en de stad te beschermen. 

 

Zij heeft zichzelf beschermd en zij heeft zichzelf rein bewaard. Geen man is binnengekomen. En omdat zij nog rein is, omdat zij nog een maagd is gebleven was zij in de ogen van haar Liefste als iemand die vrede vindt. Hij aanvaard haar in vrede en liefde omdat ze nog rein is. Dat is wel een les voor onze tijd. Een meisje dat geen maagd meer was, was niet gewild. Dit meisje was nog zoals God het bedoelde. En haar Liefste is daar blij om. Hoevelen hebben hun lichaam al niet weggegeven voordat het tot een huwelijk kwam. En aan wie hebben ze hun lichaam weggegeven? Niet voor niets heeft God de gemeenschap bewaard binnen de veilige muren van het huwelijk.

 

Maar nu de lijn uit Hooglied nog in Advent. Zoals dit meisje rein is omdat geen man op een plaats in haar lichaam is gekomen waar hij niets te zoeken heeft en waarbij ze uiteindelijk haar lichaam alleen maar zal geven aan haar Liefste, zo zou dit ook geestelijk moeten zijn. Hoe rein zijn wij? Nee, we waren niet rein toen Jezus ons de eerste keer Zijn liefde liet zien, maar toen reinigde Hij ons wel. Maar daarna? Staan we op de uitkijk om elke aanval op onze ziel en op ons lichaam te weerstaan? En als Jezus dan straks komt op de wolken van de hemel dat we mogen zijn in Zijn ogen als lievelingen van Hem die vrede vinden bij Hem?

 

Het is heel eenvoudig om je leven toch weer aan anderen toe te vertrouwen, ook geestelijk. Het is heel eenvoudig om je vertrouwen niet helemaal op Jezus te stellen en toch anderen toe te laten op plaatsen in je leven waar ze geen rechten hebben. Satan popelt van ongeduld, maar weet dat Jezus uitziet naar een reine bruid.

 

Gebed: Mijn Liefste, mijn leven, mijn ziel en mijn lichaam is alleen voor U. Ik bewaak mijn stad tot de dag dat U komt en het huwelijk mag aanvangen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom