Je bent nog veel te klein voor Jezus

 

"Wij hebben een kleine zuster die nog geen borsten heeft. Wat zullen wij voor onze zuster doen op de dag waarop men over haar zal spreken?"  (Hooglied 8:8-9)

 

Het is bijna het hele verhaal stil geweest over de broers van de bruid. Even zijn ze in beeld geweest op het moment dat de bruid vertelde dat haar broers haar aan de kant hadden gezet, helemaal aan het begin van het verhaal. Ze hadden haar gedregradeerd tot een hoedster van de wijngaarden. Ze deed er niet toe, haar zwarte kleur speelde daar ook nog eens een rol bij. Alles bij elkaar telde ze aan het begin zeker niet mee in haar familie. En nu bijna de bruiloft zover is, komen ze plotseling weer op het toneel. En het is dat ze òf blind zijn, òf net doen alsof ze de ontwikkelingen rond haar zusje niet hebben gezien. 

Ze werpen zich op dit moment op als een soort beschermers voor haar zusje. Dat lijkt wel zorgvol, maar uiteindelijk moet dit voor de bruid iets verschrikkelijks zijn. Ze doen in ieder geval net alsof ze nog een onmondig kind is dat nog niet aan een huwelijk mag denken. En of dit nu echt is wat ze denken te weten of doen alsof, ze stellen duidelijk dat hun zusje nog niet aan het huwelijk toe is.

 

Ze is een klein zusje dat nog geen borsten heeft. Ze stellen haar duidelijk voor als een meisje dat echt nog niet toe is aan een huwelijk. Ze vergelijken haar vervolgens met een muur, waaruit blijkt dat ze niet toegankelijk is en als er al een deur in deze muur zou zitten dan zouden ze deze deur afsluiten, want niemand mag bezit nemen van dit zusje. Morgen zullen we nog zien dat de bruid zichzelf inderdaad wel als een muur wil zien, maar niet als een muur zoals deze die de broers bedoelen. De broers stellen dat ze er nog niet klaar voor is en ze eerst nog moet groeien, voordat een geliefde haar mag bezitten.

 

Het lijken wel Farizeërs of meetkundige kerkmensen. Mensen die de ander blijken te kunnen beoordelen of ze wel echt geschikt zijn voor Bruidegom Jezus. En dan kun je ze vertellen dat je Jezus helemaal en met heel je hart liefhebt, maar dat is dan niet genoeg. En de ene meetkundige zal zeggen dat er nog niet genoeg vruchten zijn, de volgende dat er nog geen volwassen zondenbesef is en de derde dat er geen volwassen geloof is waarin alle gaven functioneren. Ze zeggen: nog niet geschikt, het is nog pas een kind.

 

Blijkbaar hebben die broers toch wel het een en ander gemist van de omgang tussen de bruid en de Bruidegom. Die was zo intens geweest, dat wij niet zouden durven twijfelen aan de liefde die er is gegroeid. Wij zouden een huwelijk zeker niet tegenhouden nu we deze liefde hebben gezien. Laat je niet onder de indruk brengen door diegenen die altijd commentaar hebben op je geloof. Liefde voor Jezus is de basis, geen water zal dat uitblussen. Ik heb Jezus lief, ondanks dat mijn geloof vast nog niet altijd zo volwassen is, maar toch verlang ik naar Hem.

 

Gebed: Mijn Liefste, ongetwijfeld zullen er nog onvolwassen stukken geloof zijn, maar een baby in de genade ben ik door Uw genade niet meer. Ik verlang naar meer groei, maar U bent welkom in mijn leven, ik ben voor U.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom