Eindeloos commentaar omdat je relatie wil met Jezus

 

"Och, was U mij als een broer, gezoogd aan de borsten van mijn moeder. Als ik U op straat vond, zou ik U kussen. Ook zouden ze mij niet verachten." (Hooglied 8:1-4)

 

Het is wel een hele aparte opmerking aan het begin van het laatste hoofdstuk uit Hooglied. De bruid spreekt uit dat ze een zus zou willen zijn van haar Liefste. Dat is wel een vreemde gedachte op het eerste gezicht, want een broer is toch wel heel iets anders dan een Bruigedom en Liefste. Laten we niet denken dat ze op dit moment een stap terug zou willen doen. Dat is niet wat ze hier bedoelt, maar blijkbaar worstelt ze nog steeds met haar omgeving. Een omgeving die haar vernedert en ook die wellicht de spot drijft met de liefde tussen haar en deze Koning. En als ze nu gewoon een broer zou zijn, dan kon ze gewoon met Hem omgaan, zonder commentaar te krijgen.

 

 

 

Als dat zou kunnen, heeft dat nog een voordeel, want dan kan Hij haar onderwijs geven. Dan kan zij Hem meenemen naar haar ouderlijk huis en dan kan ze van Hem leren. We weten niet welk onderwijs zij bedoelt, maar blijkbaar wil ze meer kennis krijgen. Wellicht van haar Liefste, maar misschien ook over het Koninkrijk of over het Koninklijke leven. Maar blijkbaar waren er die haar het leven moeilijk maakten omdat ze vonden dat de liefde die deze bruid voor de Bruidegom had en omgekeerd, echt niet kon.

 

Verliefd zijn op Jezus en verlangen naar de Bruiloft met Hem, ergens klopt daar natuurlijk voor velen ook iets niet. Jezus kun je niet zomaar aannemen en Jezus' liefde is er toch niet zomaar voor iedereen? Opmerkingen van die soort, of opmerkingen dat jij toch niet echt gelooft en dat hoe jij je relatie met Jezus hebt, toch echt niet klopt, het zijn opmerkingen die we maar al te vaak ervaren. En ondertussen verlang je er naar om helemaal bij Hem te zijn en helemaal Zijn eigendom te zijn. Je verlangt naar meer kennis van je Liefste, maar ook naar onderwijs over het Koninkrijk waar je straks, samen met Hem als koning over mag heersen. En dan dat Koninklijke leven dat soms nog zo moeilijk is, laat Hij het je vertellen en daarom wil je zo graag bij Hem zijn. Maar als dat commentaar, ook van mensen die je intense omgang met Jezus maar overdreven vinden, het maakt het soms zo moeilijk.

 

De bruid verlangt ernaar dat ze gewoon een broer zou zijn van haar Liefste, niet om een andere relatie met Hem te hebben, maar wel dat dan niemand commentaar zou hebben als ze bij Hem zou zijn. En trouwens, is dit wat de bruid verlangt, niet ook de werkelijkheid van ons? Jezus als oudste Broer, maar ook als Bruidegom. En met al het onderwijs, waarin je niet langer meer gestoord wordt door al die meningen, wil je ook Hem je liefde voor Hem vertellen. Als kruidenwijn die je voor Hem hebt en je aan Hem wil geven. En tegelijk, als je dan thuis bent met Hem ook Zijn omhelzing zodat je Zijn liefde helemaal kunt voelen. 

 

Gebed: Mijn Liefste, leer mij meer van U, maar leer en onderwijs mij meer in Uw Koninkrijk en ook in het Koninklijke leven op aarde. U bent voor wie ik wil leven, maar soms is dat op aarde nog zo moeilijk.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom