Dansen, maar voor wie?

 

"Keer terug, keer terug, o Sulammith! Keer terug, keer terug, zodat wij u kunnen zien! Wat ziet u toch aan Sulammith? Zij is als een reidans van twee legers." (Hooglied 6:13)

 

Gisteren was al geen eenvoudige uitleg van de tekst, maar vandaag is het niet veel eenvoudiger. Want wat wordt er hier gezegd? Opmerkelijk is dat het meisje hier voor het eerst een naam krijgt. Tegelijk is het de vraag of dit een naam is. En het tweede dat opvalt is dat het lijkt alsof ze wordt teruggeroepen. Het is allemaal maar de vraag, zeker als we naar het Hebreeuws kijken. De naam Sulammith zou een vrouwelijke vorm van de naam Salomo kunnen zijn, maar het zou ook iets te maken kunnen hebben met haar afkomst. In dat geval gaat het over haar Sulammitische afkomst. Dat was in ieder geval geen afkomst van naam.

Tegelijk zouden we kunnen zeggen dat het allebei kan, in ieder geval vanuit de relatie tussen de gelovige en Jezus. De afkomst en de vrouwelijke naamsvorm van Salomo zou niet vreemd zijn. Als we in een huwelijk één van vlees worden, dan zou de vrouwelijke naamsvorm van Salomo in het verhaal niet misstaan. Het vreemde is dat de Bruidegom de naam pas noemt als de dochters van Jeruzalem dat doen.

 

En wat doen deze dochters van Jeruzalem op het moment dat ze vragen dat Sulammith zich moet omkeren? Was zij dan weggegaan? Dat zou kunnen als ze met de wagen van gisteren naar de notenhof gegaan zou zijn waar haar Liefste was. Maar de viervoudige herhaling van 'keer om' is dan wel uiterst vreemd. Beter vertaald zou zijn: "Draai je herhalend om". Dat past veel beter in het vervolg van dit vers. Dat herhalend omdraaien is dan niet een terugkomen, maar is een roep van de dochters van Jeruzalem dat Sulammith gevraagd wordt te gaan dansen.

 

Maar de vraag is dan waarvoor zij zou moeten gaan dansen? Het lijkt er niet op dat ze dit voor haar Liefste moet doen, dan was dit ongetwijfeld veel duidelijker gezegd en had haar Liefste daar ook wel om gevraagd. Dan was er ook zeker niets mis mee geweest. Maar nu springt haar Liefste er tussen. Hij gaat antwoord geven en vraagt wat ze toch aan haar zien. En de uitspraak dat zij een reidans is van twee legers is dan een waarschuwing dat ze haar niet moeten verleiden om haar lichamelijk eer in gevaar te brengen. Er lijkt dus iets van verkeerd verlangen te zijn bij de dochters van Jeruzalem en in het antwoord van haar Liefste zit een waarschuwing die niet alleen gericht is tegen de dochters van Jeruzalem, maar uitsproken tegen 'u' dat staat in mannelijk meervoud. En dan zou deze waarschuwing zijn tegen het publiek.

 

Wat het allemaal te zeggen heeft, is lastig. In ieder geval is het duidelijk dat de bruid haar schoonheid niet mag inzetten voor het publiek, haar schoonheid is bestemd voor haar Liefste. Laat dat voor ons ook duidelijk zijn als het over onszelf gaat. Gebruiken we wie we zijn door onze Liefste om het publiek te vermaken, of willen we alleen onze Liefste vermaken? Leven we voor de mensen, of voor Jezus?

 

Gebed: Mijn Liefste, ik wil alleen voor U dansen en niet om het publiek te vermaken. Ik wil geen entertainment, maar ik wil pure en zuivere aanbidding voor U. Bewaar mij ervoor dat ik zou vallen voor mensen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Tijd met God

Met Jezus opgestaan

 

"Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God,  Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven." (Galaten 2:20)

Met de Heer begraven en weer opgestaan. De zin van die lied zullen velen lezers herkennen. En juist nu het weer Pasen is geworden, ligt voor ons gevoel natuurlijk de nadruk op ‘opgestaan’. En tegelijk, is het de vraag in hoeverre wij dit ook echt ervaren, beleven en vooral hoe wij dit leven. Klopt het dat ons leven een opstandingsleven is? Of leven wij nog meer bij Golgotha, dan bij het open graf? Want dat is wel een groot verschil.
Lees meer...

Aanmelden 'Tijd met God'

Meld je aan voor het gratis mailabonnement 'Tijd met God'. 
Aanmelden mailabonnement

Bijbelgedeelte

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij 'Tijd met God' van dit moment.

 

Galaten 2:15-21

 15 Wij, die van nature Joden zijn, en geen zondaars uit de heidenen,
 16  weten dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet, maar door het geloof in Jezus Christus. En ook wij zijn in Christus Jezus gaan geloven, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden uit het geloof van Christus en niet uit werken van de wet.  Immers, uit werken van de wet wordt geen vlees gerechtvaardigd. 
 17 Maar als wij, die in Christus verlangen gerechtvaardigd te worden, ook zelf zondaars blijken te zijn, is Christus dan een dienaar van de zonde? Volstrekt niet!

Lees meer...

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Aanbevolen

Youtube-kanaal

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom