Alles aan Hem is helemaal begeerlijk!

 

"Alles aan Hem is geheel en al begeerlijk. Zo is mijn Liefste, ja, zo is mijn Vriend." (Hooglied 5:10-16)

 

Wat maakt de Liefste van deze bruid tot Eén die boven de anderen staat? Wat maakt Jezus zo totaal anders dan alle andere hoopgevers, dan alle andere liefsten? Is dat een vraag waar je nog over moet nadenken? Als je nu ineens de vraag krijgt: "Wat maakt Jezus zoveel belangrijker voor jou dan al die andere goden?" Moet je dan nog een antwoord bedenken? Iemand die smoorverliefd is hoeft niet lang na te denken over de dingen waarom haar liefste, echt de liefste is. Het zegt heel veel over je liefde voor Jezus of je op deze vraag een antwoord hebt.

De bruid twijfelt geen moment, ze vraagt geen bedenktijd, ze zegt niet "kom morgen maar terug om antwoord". Dat doen wij nog wel eens als een Jehovagetuige aan de deur staat: "Kom maar terug als mijn man er is, die kan het beter verwoorden." Wat maakt Jezus zo belangrijk voor je? Moet ik het samenvatten? Alles aan Hem is geheel en al begeerlijk. Er is niets aan Jezus waarin Hij niet uitblinkt boven alle anderen.

 

De bruid kan niets bedenken dat niet van waarde is aan haar Liefste. Hij is de Man boven alle mannen. Niets is vergelijkbaar met Hem. Alles is begeerlijk. Hij is de Liefste die blank en rood is. Eigenlijk staat er dat Hij de Liefste is stralend roodachtig is. Dat is de Man boven alle mannen. Roodachtig, dat betekent de naam Adam, maar deze Liefste is stralend roodachtig. Hij draagt de overwinningsvaandel boven tienduizenden. Hij is de grote Overwinnaar, Hij stijgt boven alles en iedereen uit.

 

Ga maar lezen wat deze bruid over haar Liefste zegt. Er is niets dat ze overslaat, alles aan Zijn lichaam is geweldig en alle kruiden ruiken verrukkelijk. Alles zinderd van heerlijkheid en majesteit. Zijn ogen, Zijn wangen, Zijn lippen, Zijn handen, Zijn benen. Sterker nog, Zijn hele gedaante is meer en heerlijker dan ieder die ze kan bedenken.

 

En Jezus, wat is er aan Hem dan zo begeerlijk? Alles!! Zijn hele verschijning is schitterend roodachtig. Hij is een Man zoals er nog nooit één is geweest. Zijn verschijning is één en al genade en heerlijkheid. Zijn aanwezigheid brengt absolute vrede voor hen die Hem liefhebben. Zijn handen zijn zegenend uitgestrekt over degenen die Hij liefheeft. Zijn ogen schitteren van liefde en genade, Zijn mond spreekt alleen maar wijsheid uit, Zijn schouders droegen het kruis om ons tot leven te wekken. Zijn voeten waren gewillig om de verschrikkelijkste lijdensweg te gaan om jou te kunnen trouwen als Zijn bruid. Zijn rug heeft Hij gegeven aan de martelaars zodat jij vrijgesproken zou worden van elke aanklacht. Zijn hoofd gaf Hij om de spot te dragen in jouw plaats.

 

Wat er aan mijn Liefste zo bijzonder is? Hij is alles, alles, alles! Hij is het door Wie ik het leven heb ontvangen en waardoor ik eeuwig bij Hem zal zijn. Hij is het die mij op deze aarde als bruid zal komen halen en mij eeuwig Thuis zal brengen in het Vaderhuis! Alles is helemaal begeeerlijk aan Hem.

 

Gebed: Mijn aller, aller Liefste, U bent de begeerlijkste, U bent mijn Overwinnaar, U bent mijn Bruidegom, U bent mijn Leven. Uw liefde stroomt als een brede rivier naar mij toe!

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom