Wat is Hij meer dan een ander?

 

"Wat heeft uw Liefste vóór boven een ander, o allermooiste onder de vrouwen? Wat heeft uw Liefste vóór boven een ander dat u ons dit zo bezweerd?" (Hooglied 5:8-9)

 

De bruid heeft haar Bruidegom aan de deur laten staan en Hij is weggegaan. Het gevolg is dat er behoorlijk paniek uitbreekt bij de bruid. Ze is haar Liefste kwijt en ze gaat de straat op. De wachters van de stad laten haar niet rustig lopen, maar verwonden haar. En dan komt ze de dochters van Jeruzalem weer tegen. En tegen hen zegt ze dat als ze haar Liefste vinden, ze dit tegen Hem moeten zeggen dat zij ziek is van liefde. Maar dat zijn die meisjes niet zo direct van plan.

 

De vraag die ze terugstellen lijkt een open deur voor iemand die verliefd is. Want ze vragen: "Wat heeft jouw Liefste voor boven een ander." Waarom is Hij het meer waard dan al die anderen?  En we gaan nu nog even niet in op het antwoord zelf. Er is iets dat bij mij blijft haken, bij deze vraag. Want natuurlijk is het logisch dat Hij het gewoon voor haar is. Zo eenvoudig is het toch als je verliefd bent. Alles is toch gewoon geweldig aan die ander?

 

Maar toch... Is dat echt zo logisch? En deze vraag, hoe komt die binnen? Want wij lijken als kerk in Nederland dit soort vragen wel gewoon te vinden en we gaan eigenlijk al niet eens meer echt opstaan. Wij leven in een tijd waarin deze vraag zo normaal is geworden dat we niet eens meer verontwaardigd lijken op te staan als kerk. Alsof onze Liefste er Eén is waar er ook nog anderen van zijn. Misschien was deze vraag van de dochters van Jeruzalem wel heel uitdagend bedoeld, dat wordt niet duidelijk. Maar is de vraag niet heel herkenbaar? Waarom zou je in Jezus geloven en waarom zou je vol passie voor Jezus zijn? Al die andere 'liefsten' zijn toch echt niet minder dan de jouwe?

 

Het gaat mij nu nog niet eens om het antwoord, maar veel meer om onze reactie. Hoe kunnen ze het bedenken dat er andere 'liefsten' zijn die niet onder doen voor onze Liefste? Alsof er ook anderen zijn met wie we het huwelijk zouden kunnen aangaan, alsof het allemaal niet zo heel erg uitmaakt. Het is wel hoe er gereageerd wordt als we zeggen dat alleen door Jezus er redding en behoud is. We mogen dat in onze tijd bijna niet meer zeggen. En schamper klinkt de vraag: "Wat is Jezus meer dan Mohammed, of als Boedha?" Alsof we alles gewoon naast elkaar zouden moeten accepteren en daarmee de enige Liefste onrecht aan zouden moeten doen.

 

Laat de komende dag deze vraag van de dochters van Jeruzalem eens op deze manier tot je door dringen. En ik hoop dat als je dan een antwoord moet geven op deze vraag waarom je je zo druk maakt over je Liefste, dat je dan morgen het antwoord kan geven. Want waarom is Jezus zo belangrijk voor je en waarom geloof je niet in iets anders? Waarom?

 

Gebed: Mijn Liefste, de manier van denken in onze tijd is steeds meer gericht op velen geloven naast elkaar, maar geef mij iets van Uw verontwaardiging als de vraag gesteld wordt wat Jezus meer is dan al die anderen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom