Hoor Wie klopt daar...?

 

"Ik sliep, maar mijn hart waakte. De stem van mijn Liefste, Die aanklopte: Doe Mij open, Mijn zuster, Mijn vriendin, Mijn duif, Mijn volmaakte, want Mijn hoofd is vol dauw, Mijn haarlokken vol druppels van de nacht." (Hooglied 5:2-8)

 

Heeft de bruid nu al de tijd geslapen? Zijn de vorige hoofdstukken een droom geweest? Die mogelijkheid bestaat. Het kan ook zo zijn dat de bruid op dit moment weer slaapt. Het is in ieder geval niet helemaal duidelijk. Gisteren bleek dat ook al en ook verschillende uitleggers zijn het niet eens over de uitleg hierover. In ieder geval is nu duidelijk dat ze slaapt. En ergens slaapt ze ook weer niet zo diep dat ze niet beseft dat er op de deur wordt geklopt. Ergens slaapt ze wel, maar is zich nog wel bewust dat ze een Liefste heeft.

 

 

Terwijl ze slaapt staat haar Liefste aan de deur. Zijn haren druipen van de nachtelijke dauw. Wat Hij heeft gedaan weten we niet, maar in ieder geval is Hij midden in de nacht druk bezig geweest en staat nu bij Zijn bruid aan de deur. Maar haar bed is te lekker en ze heeft geen zin om weer op te staan. Soms is je bed ook gewoon te lekker. Maar dat heeft nu wel gevolgen, want haar Liefste gaat weg bij de deur. Ze komt ineens tot het besef Wie er aan de deur staat en hoewel ze haar voeten niet weer vuil wilde maken, komt ze dan toch ineens uit haar bed, doet de deur open en... haar Liefste is weg.

 

Herkenbaar ook in het geloof. Dat Jezus aan je deur staat, midden in de nacht misschien zelfs wel. Of in ieder geval met natte haren door de dauw van de nacht. Omdat Hij, terwijl wij sliepen, Zijn werk voor ons deed. Midden in de nacht overwon Hij immers het graf. Voordat iemand opstond, stond Hij op, om op weg te kunnen gaan richting de Bruiloft. Maar wat kan Zijn bruid lauw zijn, als Hij na gedane arbeid voor de deur staat. In de nacht van strijd en zorgen, heeft Hij overwonnen. In de nacht van de zonde, overwon Hij zonde en dood, om daarna voor jouw deur te staan omdat Hij bij je wilt zijn. En dan moet Hij maar even wachten, want nu is mijn leven als een heerlijk bed, midden in de nacht en even heb je geen tijd voor Hem.

 

En dan besef je: Het was mijn Liefste. En je trekt de deur van je hart open en... nergens kun je Hem meer vinden. Hij is weggegaan! De bruid vliegt de straat op en zoekt Hem. Onderweg komt ze de stadswachters tegen. Misschien hebben ze haar als een hoer gezien of als iemand met verkeerde bedoelingen. Ze slaan haar en verwonden haar. Ze begrijpen niet eens waarom ze zich zo druk maakt. Ze is haar Liefste kwijt en ze is bang dat Hij haar nu verlaat.

 

Velen wachters van kerk en religie zullen dat niet begrijpen, dat je Jezus zoekt en Hem helemaal niet kwijt wil. Ze hebben liever dat je niet zo'n drukte maakt, maar jij, je kunt niet anders, omdat je Hem liet gaan. En nu mis je Hem en voel je de pijn die je Hem deed.

 

Gebed: Mijn Liefste, U heeft al zo vaak aan mijn deur gestaan, terwijl ik mijn eerder druk maakte over mijn leven dat goed ging, dan dat ik U helemaal binnen liet komen. Maar ik wil U niet laten staan aan mijn deur. Vergeef me als ik op mijn bed bleef, terwijl U met mij wilde zijn.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom