God beschermt en spreekt

 

"Maar de HEERE trof de farao en zijn huis met zware slagen, vanwege Sarai, de vrouw van Abram." (Genesis 12:17)

 

Abram dacht zichzelf te moeten redden van de farao van Egypte. Hij liet zijn vrouw in de hand van de farao vallen omdat hij bang was voor zijn eigen leven. Hoe dan ook is dit niet bepaald het beeld van Jezus. En ook niet wat Paulus later in het Nieuwe Testament zou zeggen over het huwelijk dat een afspiegeling moet zijn van Christus en Zijn gemeente. Abram kiest voor zichzelf ten koste van zijn vrouw. En op dat moment lijkt Sara wel overgeleverd te zijn aan de willekeur van mannen die ze tegenkomt en aan de willekeur van farao.

Toch laat God het er niet bij zitten. God staat er Zelf over op. Hij zal het niet laten gebeuren dat Sara een speelbal wordt van de Egyptenaren. God wil ook niet dat de moeder van Zijn volk op deze manier beschadigd zou worden. En op het moment dat de farao Sara bij Abram weghaalt omdat hij haar toch wel aantrekkelijk genoeg vindt en hij ook geen reden heeft om het niet te doen, want als Sara de zus van Abram is, waarom zou hij dan Sara niet als vrouw mogen hebben? De farao doet vanuit zijn wetenschap niets dat fout is, maar toch laat God dit niet gebeuren. Waar Abram zijn verantwoording niet neemt, daar neemt God deze wel.

 

De farao merkt dat er vanaf het moment dat Sara in zijn huis is, vreemde dingen gebeuren. En de farao was zelfs zo dankbaar dat Abram Sara had meegegeven dat hij Abram overlaad met zegeningen, maar God kon hier niet mee leven en grijpt in. Niet met een droom, niet met woorden, maar met tegenslag. Het gaat mis in het huis van farao, er is geen voorspoed meer. En ergens komt farao tot de conclusie: "Dit klopt niet, wat is hier aan de hand." En laten we eerlijk zijn, God kiest soms voor tegenslag, niet omdat Hij een God is die wil dreigen, maar omdat Hij niet wil dat wij verkeerde paden inslaan. Hij beschermt hier zelfs de farao tegen de vloek van overspel, zonder dat farao wist dat hij bijna overspel pleegde.

 

Aan de ene kant zien we hoe God ook farao de weg wijst en hem beschermt tegen dingen die bij God niet kunnen. Farao had ook al deze signalen kunnen negeren en misschien is dat iets wat wij nog wel eens heel makkelijk doen. Toch doorgaan, terwijl er omstandigheden zijn, of een innerlijke overtuiging dat dingen niet goed zijn. Herkenbaar toch? Omdat wij iets willen, omdat wij de weg willen bepalen en zelfs als God die weg blokkeert, dan nog door willen gaan. Dan is farao wel tot een voorbeeld voor ons. Hij gaat naar Abram toe en wil weten wat er aan de hand is. Hij gaat ook nog eens de confrontatie aan. En daarbij zegent God Sara, waar Abram het laat afweten. God blijft de weg naar Zijn beloften openhouden, terwijl Abram deze al meerdere keren dreigde af te sluiten. God blijft trouw en vanuit Zijn trouw bepaalt Hij de weg.

 

Gebed: HEERE, laat mij gehoorzaam zijn aan Uw weg, open mijn ogen voor wat U mij wil zeggen en laat Uw beloften in vervulling gaan, zodat U groter wordt en Uw Koninkrijk zal doorbreken.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom