Dit is het land, dit is je bestemming

 

"Toen verscheen de HEERE aan Abram en zei: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven." (Genesis 12:7a)

 

En als dan de vader van Abram overleden is, dan pas kan Abram werkelijk op weg naar het land waar God hem naartoe wil brengen. Abram mag op weg om land in te nemen dat God voor hem bestemd heeft. In hoeverre wandel jij al op deze manier in je bestemming? Of ben je pas op de helft? Ben je wel voor een deel in Gods plan, maar heb je sterk de gedachte dat er meer is dat God voor jou heeft bestemd?

Abram komt nadat hij alles heeft losgelaten pas in het land dat God voor hem bestemd had. Eerder niet, maar dan blijkt dat God het plan heeft om hem een heel land te geven. En niet alleen voor hem, maar ook voor zijn nageslacht! En ik weet niet waar jij je bevindt op dit moment, ik weet niet in hoeverre jij helemaal in Gods bestemming wandelt en je bevindt op de plaats die God aan jou geven wil. De manier hoe jij God durft te vertrouwen, bepaald of jij in het land bent waar God jou wil gebruiken.

 

Ik merk dat op het moment dat je zekerheden en vastigheden wil vasthouden naast God, dat je nooit helemaal vrij kunt zijn om echt zover te komen zoals God voor jou in gedachten heeft. En misschien zijn er zaken die je naar God toe moet aan uitspreken, dingen die je los moet gaan laten, waar je nu een stuk zekerheid aan ontleent, maar waar God van zegt: "Hierdoor blijf jij onderweg, maar kom je niet op je bestemming. De plaats waar je nu bent is nog niet waar Ik je wil gebruiken." 

 

En God kent je moeite hiermee, God weet hoe moeilijk je het vindt om werkelijk los te laten, net zo als dat Abram het lastig en moeilijk vond. En God gaf Abram de tijd. Uiteindelijk gebeurde het pas toen zijn vader overleed, maar toen kon Abram ook werkelijk door en op het moment dat Abram aankwam op zijn bestemming, toen zei God: "Dit land is het, hier moet je zijn." 

 

Ik denk dat veel gelovigen slecht onderweg zijn, halverwege zijn en nog niet verder zijn gekomen dan Haran. Het punt waar God tegen je wil zeggen: "Dit is het land", zover zijn velen nog niet gekomen omdat ze nog niet helemaal alles durven loslaten waar ze aan vast zitten. Voor de ene zal dit zijn vader zijn, voor een ander zijn geld of voor nog een ander zijn baan. God heeft misschien voor jou ook nog veel grotere dingen klaar liggen, maar Hij wacht er op tot Hij het je kan vertellen, Hij wacht tot je helemaal op Hem durft te vertrouwen. En Hij geeft je de tijd, dat wel, maar Hij vraagt je ook vandaag om los te laten waar jij je vertrouwen nog op zet. Hij wil je ongelofelijke dingen laten zien! Hij wil je gebied groter maken, Hij wil je over meer stellen dan tot nu toe, als jij zover bent! 

 

Gebed: Vader, U wilde Abram verder hebben dan Haran, ik wil ook verder komen in mijn bestemming en ik wil geloven dat U nog grotere dingen hebt voor mij, ik wil loslaten waar ik tot hiertoe op vertrouwde naast U.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom