Dronken en bespot

 

"Toen ontwaakte Noach uit zijn roes en kwam hij te weten wat zijn jongste zoon hem aangedaan had." (Genesis 9:24)

 

Er zijn zo van die gedeelten in de Bijbel waarbij je een dubbel gevoel hebt. Zo ook dit korte stukje over Noach, net na de zondvloed. Noach wordt landbouwer, na 120 jaar timmerman geweest te zijn. En hij plant een wijngaard. Op zich is daar niets mis mee. Het gaat mis op het moment dat hij van de druiven wijn begint te maken en daar zelf zoveel van gaat drinken dat hij niet meer op zijn benen kan staan en stomdronken wordt. En nee, met die wijngaard was niets mis, er is geen reden om te zeggen dat je dit niet zou moeten doen. Dan zou je ook niet moeten gaan werken, want daar kun je ook verslaafd aan raken. En natuurlijk is het absoluut niet goed wat Noach doet. Maar er gebeurt iets anders wat voor ons van belang is.

 

 

Noach werd zo dronken dat hij nog wel in zijn tent kon komen, maar hij was zover heen dat hij naakt in zijn tent gaat liggen. Maar in dit gedeelte gaat het in eerste instantie niet om wat Noach doet, maar hoe zijn jongste zoon daarop reageert. Cham komt de tent binnen en ziet zijn vader zo liggen. En het lijkt net alsof het zien van die naaktheid hem later zal vervloeken, want later gaan zijn twee andere broers achteruit de tent binnen zodat ze de naaktheid van hun vader niet zien. Maar ik denk dat het probleem niet in eerste instantie bij het zien van de naaktheid zit, maar bij hoe hij ermee omging. 

 

Cham ziet zijn vader liggen en gaat naar buiten en vertelt het zijn broers. Het is de houding van Cham waarop het misgaat. Cham is naar buiten gegaan om zijn vader te bespotten tegenover zijn andere twee broers. Daar zit het probleem en daar zit onze les. Want als Noach dit te weten komt, vervloekt hij zijn eigen zoon. En dat voelt heel dubbel in dit verhaal. Noach zit toch helemaal fout? Ja, dat klopt wel, maar zitten wij allemaal niet regelmatig helemaal fout?

 

Het is hier de vraag hoe Cham, maar ook hoe wij, omgaan met schandelijke fouten, maar ook andere fouten, van de ander, zelfs als dit je vader zou zijn? Maken we het bekend en zetten we iemand voor gek? Bespotten we hem, of bedekken we de schande? Niet om daarmee alles maar onbesproken te laten. Niet om dit als een mantel der liefde te zien en we er nooit meer over hoeven te praten en zonde, zonde laten. Maar wel dat het bedekt is voor de schande, zodat je er later op terug kunt komen. Cham wordt vervloekt omdat hij zijn vader niet van verdere vernedering behoedde. Zijn broers bedekken hun vader wel. Dat maakt niet dat Noach vrijuit gaat en dat maakt ook niet dat zij vrijuit gaan die zich misdragen, alleen is het de vraag in hoeverre wij er mee omgaan. Leedvermaak, spot? Of in liefde terechtwijzen. Dan had ook Cham zich onder de zegen van zijn vader gebracht, terwijl nu een vloek het gevolg is.

 

Gebed: HEERE, U ziet onze doelen aan, U weet waarom we dingen doen of niet doen en ik belijd dat ik te vaak de misdragingen van de ander gebruik om er zelf beter van te worden. Leer mij ook hierin naar Uw wil te handelen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom