Een offer en een boog

 

"En Noach bouwde een altaar voor de HEERE." (Genesis 8:20a)

"Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven." (Genesis 9:13a)

 

Na bijna een jaar is de tijd aangebroken dat Noach en zijn gezin de ark kan verlaten. En heel veel vragen laat het verhaal open. Hoe het met eten is gegaan wordt niet genoemd, hoe Noach en zijn gezin de tijd hebben doorgebracht ook niet. En bedenk dat de ark meer een drijvende beestenschuit is geweest dan een comfortabele woonboot. Maar na een jaar maakt God Zelf de deur weer open en Noach en zijn gezin mogen de ark verlaten. En dan is het opmerkelijk wat Noach doet. 

Noach begint niet met werken, hij zoekt niet eens een plaats om te wonen, maar hij begint met een offer voor God. Als je alles om je heen hebt zien verdwijnen, als je beseft dat de ark je redding was, als jij beseft dat Jezus je redding is, wat doe je dan? Noach begint te offeren. En dat is opmerkelijk, want je zou hier toch even mee wachten tot er weer wat meer dieren op de aarde zouden zijn? Maar Noach neemt van al de reine dieren en maakte daar een brandoffer van. Van de reine dieren waren er telkens zeven tweetallen de ark ingegaan. En op het moment dat God dit oprechte offer van Noach ruikt, op het moment dat God ruikt wat de mens Hem aanbiedt, dan beslist God dat Hij de aarde nooit meer zo zal vervloeken. Blijkbaar wil God dit oprechte offer niet missen. God blijkt vreugde te beleven aan het offer van Noach.

 

En dat is voor ons een les. Hoevaak offeren wij God niet iets omdat het moet? Of hoevaak denken wij dat God dat offer van ons toch niet veel zal vinden, zou God het zelfs wel merken? En of dat je geld is, je tijd, of wat ook. Hier blijkt dat God er op reageert, het behoedt zelfs ons ervoor dat God de aardbodem niet nog een keer op deze manier zal vervloeken.

 

Oprechte offers blijken hier dus de vloek te voorkomen. En om dat te onderstrepen geeft God ook nog eens de regenboog. Misschien wel om ons te herinneren aan Zijn belofte, maar vanaf nu is het ook goed om te bedenken dat er een offer aan vooraf ging. God ziet onze offers aan en is er blij mee. Dat zegt deze regenboog ook en God betoont Zijn trouw. En nog iets heel vreemds: Die regenboog doet God ook herinneren aan Noachs offer en Zijn belofte aan Noach. Telkens als God de boog in de wolken brengt, zal God gedenken aan Zijn verbond. Die regenboog is geen toevallige samenloop van natuurkundige omstandigheden, God brengt hem in de wolken. 

 

God brengt het oprechte offer en Zijn trouw bij ons in herinnering en ook bij Zichzelf. God wil geofferd worden, maar God wil ook trouw zijn. En als God dan later Zichzelf offert, zal Hij ook trouw zijn aan Die Mens Die Zichzelf offerde, terwijl Hij ook God Zelf was. Dat offer maakt dat God altijd trouw kan blijven. 

 

Gebed: HEERE, voor U zijn mijn offers, U bent vanwege Uw genade mijn offers waard! En ik dank U dat U altijd trouw zult zijn en dat U ook Uzelf herinnert aan Uw verbond op het moment dat U de regenboog in de wolken brengt.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom