Verschrikkelijke realiteit

 

"En alle vlees dat zich op de aarde bewoog gaf de geest." (Genesis 7:21a)

 

Ik heb mij geprobeerd voor te stellen hoe dat geweest moet zijn op het moment dat de eerste regendruppels op de aarde gingen vallen. Noach is net in de ark gegaan en wat zal hij tegen zijn buurman gezegd hebben? Wat tegen familieleden? Het is bijna niet voor te stellen hoe dit geweest moet zijn. Al die jaren van bouwen zijn ene grote waarschuwing geweest, maar uiteindelijk gaat alleen Noach en zijn gezin de ark in. En de gehoorzaamheid aan God, maakt dat God hem rechtvaardiger vindt dan alle andere mensen. En dan gaat de deur dicht en gaat het regenen.

 

 

 

En een beetje regen is nog tot daaraantoe, maar het water komt uiteindelijk zelfs uit de grond. Van boven en van beneden spuit het water op het wateroppervlak. En er begint wat water te staan en dat stijgt langzaam wat hoger. Je kunt je voorstellen dat bij de eerste druppels de mensen gelachen hebben om die boot van Noach, maar toen het serieus begon te worden heeft de angst toegeslagen. Hoeveel zullen gebonkt hebben op de deur van de ark en uiteindelijk geschreeuwd hebben? En tenslotte is werkelijke doodsnood geprobeerd binnen te komen op de enige plaats waar het veilig was. Maar het is allemaal onmogelijk. Zou Noach zichzelf hebben afgevraagd of hij voor al die mensen echt het uiterste heeft gedaan om ze te waarschuwen?

 

En dan uiteindelijk blijft er niemand meer in leven, iedereen verdrinkt die buiten de ark is. Dit is verschrikkelijk, dit is zo heftig! Al die mensen... Maar is daarmee dan alles gezegd? Misschien is het goed om even de lijn door te trekken. Straks zal deze aarde met vuur vergaan, straks komt Jezus terug en dat is hetzelfde soort moment als het moment dat het water bij Noach begint te stijgen. Er is geen weg meer terug voor iedereen die buiten Christus is. Dan is het te laat. We lezen dat er dan aan de deur van de hemel zullen staan die smeken om binnen te mogen komen, maar het kan niet meer. Te laat, eeuwig te laat en geen mogelijkheid meer.

 

Op dat moment zal de volle toorn van God over de kinderen van de ongehoorzaamheid komen. Jezus zal de hel openen en iedereen die buiten Hem is in deze poel van vuur gooien. Omkomen zoals bij Noach alle mensen zijn omgekomen omdat ze ongehoorzaam waren, maar dan voor eeuwig leven in de pijn.

 

En dan de vraag van Noach, of hij er echt wel alles aan gedaan zou hebben. Maak die vraag ook eens tot de jouwe. Het besef van wat komen gaat, maakt dat niet een drang in je wakker om iedereen te vertellen van redding. Laat de hel voor jou een aansporing zijn om iedereen die nog buiten is, in Christus te brengen. En verkondig de liefde van God en biedt redding aan. Dreigen is de oplossing niet, biedt vooral redding aan in Jezus. Want straks zal de zondvloed zich in het extreme en eeuwige herhalen in vuur. Er zal gekrabbeld worden aan de hemelpoort, maar dan zal het te laat zijn. Redt hen die tot de dood wankelen, grijp ze vast en vertel Gods boodschap van redding. De Ark, Jezus is beschikbaar.

 

Gebed: HEERE, deze wereld dreigt verloren te gaan en velen beseffen het niet. Brengt U mensen op mijn pad die ik zal vertellen van Uw reddingsplan.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom