Maak een boot

 

"Maak voor uzelf een ark..." (Genesis 6:14)

 

Wat een opdracht krijgt Noach. Hoe hij het heeft ervaren dat hij als enige met zijn gezin gered zal gaan worden lezen we nergens. God vertelt hem dat Hij de aarde zal gaan verwoesten en onder water zal gaan zetten. Alles zal verdwijnen want alles op aarde is verdorven. Alleen Noach en zijn gezin zal het overleven. Tenminste, alleen als hij doet wat God van hem vraagt. Hij moet een boot gaan bouwen en niet zomaar een boot!

 

En wie is er nu zo dwaas om midden op het land een boot te gaan bouwen? Dat doe je toch niet. Al heeft God dat gezegd tegen hem, maar ieder normaal denkend mens begrijpt toch wel dat een boot, midden op het land onzin is. En regen, zoveel dat de hele aarde onder water komt te staan, is dat ook niet wat overdreven? Klopt het eigenlijk wel wat God zegt? En wat zullen al die mensen zeggen? En dan niet even snel een boot bouwen, maar 120 jaar lang.

 

Redding, verandering in situaties, heeft bij God altijd te maken met gehoorzaamheid. Zonder gehoorzaamheid aan wat God zegt is er niets mogelijk, maar door gehoorzaamheid en gewoon doen wat God zegt is Zijn zegen het gevolg. En Noach gaat bouwen. Tegen elk normaal denken in, tegen elk gevoel in, maar Noach gaat bouwen, volgens het plan van God.

 

De ark die hij gaat bouwen, de ark waar hij op vertrouwt dat God deze ark tot redding zal maken is zijn behoud. Hoe dwaas het idee ook klinkt. Maar alleen in die ark is redding, dan kom je door het oordeel heen. En dat geloofde Noach. Er is maar ene manier om door het oordeel heen te komen en dat is door in de Ark te gaan. En laten we nu eens eerlijk zijn: het is toch een dwaas verhaal dat Eén mens, Die Gods Zoon genoemd wordt, de redding kan zijn voor ieder mens? Wees eerlijk, als ik iets fout doe, dan moet ik er toch voor boeten? Nee, zegt God, Mijn Zoon zal dat in jouw plaats en in plaats van velen doen. Dat is toch niet logisch en ook niet dat Eén Man dat voor zovelen kan doen?

 

Er zijn toch veel logischere ontsnapmogelijkheden aan Gods boosheid. Moslims die hun best doen, of humanisten die goed voor iedereen zijn is toch logische? Wees eerlijk... Vertrouwen dat alleen Jezus je kan redden is toch net zo dwaaas als dat Noach op het land een megaboot gaat bouwen? Zinloos toch en dit bedenk je toch niet.

 

Ja, zo redeneren wij mensen. Wij mensen denken te weten wat de werkelijkheid is, wij kunnen alles bewijzen en bedenken. Maar God zegt gewoon: "Jullie denken klopt niet, Jezus is het antwoord voor jouw redding. Hoe onlogisch het ook voor jou is, Ik zeg het toch. Jezus is jouw Ark, ook al kun je dit niet bedenken."

 

Weet je, Gods plan klopt wel. Toen bij Noach en nu bij ons. Gered wordt je alleen door in Gods plan je te bewegen. Zelfs als je in opdracht van God, 120 jaar spijkers moet slaan in een boot. Dwaas? Gods gedachten zijn wijsheid en de onze dwaasheid. Geloof en gehoorzaam.

 

Gebed: HEERE, Uw plan overstijgt mijn denken. Jezus offer is helemaal niet logisch, maar het is ook Uw logica en U vraagt alleen om te gehoorzamen en te geloven.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom