Kan God berouw hebben over ons?

 

"Toen kreeg de HEERE er berouw over dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het bedroefde Hem in Zijn hart."

 

Soms maak je dingen mee waarvan je je afvraagt waarom dat gebeurt. Gisteren probeerde ik een overdenking te schrijven over Henoch die wandelde met God. Nadat ik klaar was liep internet vast en was ik alles kwijt. Vervolgens ben ik opnieuw begonnen en werd het bestand niet opgeslagen en was ik nog een keer alles kwijt. Wilde God dat ik deze overdenking nu niet schreef? Maar wat is dan Gods bedoeling? Is het berouw van God op dit moment belangrijker? Zou God er berouw van kunnen hebben dat Hij jou heeft gemaakt? Kan dat?

Misschien drukken we zo’n soort gedachte liever maar weg, want liever denken we na over Gods liefde en genade. Maar toch staat er op meerdere plaatsen in de Bijbel dat God berouw had. Kan God berouw hebben? Hij weet toch alles? Toch blijkt God berouw te kunnen hebben. Ondanks Zijn almacht, kan Hij er ook voor kiezen om Zijn almacht los te laten en ons te laten doen wat wij willen. Dat is een soevereine keus van God.. En dan kan Hij dus berouw hebben van iets dat Hij gedaan heeft.

 

Ook hier blijkt dit het geval te zijn. En dan komt de vraag toch ineens wel dichtbij of God ook berouw kan hebben van ons. En misschien gaat het vandaag om jou. Waarom had God berouw over de mensen? Het begon met het verhaal over de zonen van God die met de vrouwen van de mensen trouwden. Het is onduidelijk wat daar mee bedoeld wordt. Zijn dat mannen uit de geslachtslijn van Seth, die de Naam van de HEERE begonnen aan te roepen die met vrouwen trouwden uit bijvoorbeeld de lijn van Kaïn die vervloek was? Heeft het iets te maken met engelen? Hoe het ook is, uiteindelijk wordt het zo’n puinhoop dat de mensen op een verschrikkelijke manier zijn gaan zondigen. En op dat moment krijgt God berouw over de mensen die Hij geschapen heeft.

 

God krijgt berouw omdat mensen op een verschrikkelijke manier zijn gaan leven. Ze hebben zonden in hun leven toegelaten die hen compleet van God heeft vervreemd. Er is geen ontzag meer voor God. En we kunnen zeggen dat er altijd vergeving is bij God en dat is zo, maar zonden maken ook een berouw los bij God. Berouw dat Hij mensen maakte, berouw misschien ook wel dat Hij Zijn Zoon gaf voor mensen die willens en wetens zondigen. Misschien zelfs wel onder de dekmantel dat God toch wel vergeeft.

 

Ik wil je vandaag vragen om eerlijk in de spiegel te kijken, juist ook als je wedergeboren bent, als je leeft als een gelovige. Kijk vandaag eens in de spiegel en kijk eens naar je leven en vraag je af op welke punten God berouw zou kunnen hebben over jouw leven! Ik wil je oproepen om je te bekeren. Ik wil je oproepen om zonden in je leven, waardoor God berouw over jou zou kunnen krijgen, los te laten en af te leggen. Vraag om inzicht door Gods Geest, want dit is de boodschap die vandaag van belang is voor jou.

 

Gebed: HEERE, als U berouw kreeg in zo’n vroeg stadium van de wereldgeschiedenis, hoeveel berouw moet U dan nu voelen? Wilt U mij laten zien of er in mijn leven dingen zijn waardoor U dit berouw ook zou kunnen hebben over mijn leven.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom