En ze aten

 

"En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook [wat] aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan." (Genesis 3:6)

 

Liegt de duivel altijd? Hij is de aardsleugenaar van het begin en liegen en begriegen is zijn specialiteit. Soms spreekt de duivel wel de waarheid, zeker als hem dat beter uitkomt. Hij is zo listig als een slang. De halve waarheid over het 'niet sterven' zou je ook een halve leugen kunnen noemen, maar verder spreekt de duivel hier weinig echte leugens. Het enige wat hij echt doet is zijn vragen en opmerkingen zo plaatsen dat Eva gaat nadenken en uiteindelijk ook comclusies trekt waarbij ze Gods waarheid uit het oog verliest. Maar wat nog erger is, Eva komt in opstand tegen God, zoals ook satan in opstand was gekomen. 

Zowel satan als de mens spannen samen in hetzelfde, onmogelijke, doel: De plaats van God innemen. Wij wilden als God zijn, net als de duivel. Uiteindelijk gaat het namelijk niet meer over dat satan zegt, bij Eva, maar uiteindelijk is dit alleen maar gebruikt door satan om haar een keus te laten maken naar haar eigen verlangen. Satan doet het zo, dat hij straks ook nog kan zeggen: "Ik heb niet gezegd dat je moest eten van die boom."

 

Satan heeft de ogen van Eva de verkeerde kant op laten draaien, de kant van het verleidelijke. En werkelijk, die boom was prachtig en Eva zag dat. Wat een mooie boom en dan kan God wel gezegd hebben dat je daar niet van mag eten, maar die boom is zo mooi, die loop je toch gewoon niet voorbij. En op dat moment kan Eva bijna niet meer terug en satan heeft zijn zin.

 

Satan verleidt met leugens en halve waarheden, maar heel vaak zegt hij niet dat we iets moeten doen. Als hij onze zinnen kan verzetten en onze begeerte kan opwekken is het meestal al genoeg. En het is de vraag of we dat niet moeten doorzien bij satan. Doorzien dat de verlangens die hij opwekt, niet overeenkomen met wat God zegt en vraagt. En af dat nu een mooie vrouw is voor een man, een prachtig huis voor een vrouw, veel geld of wat dan ook, op het moment dat satan het voor elkaar krijgt om onze ogen de verkeerde kant op te sturen en verlangen aan te wakkeren, dan is de weg terug heel erg moeilijk.

 

En daar blijft het dan niet bij, want vervolgens gaat Adam ook nog meedoen. Hij vraagt niet, hij neemt de leiding niet terug, hij volgt slechts. Adam was bij haar, staat er zelfs, dus hij moet er bijna wel bij geweest zijn. En zo sleept de één, de ander mee het verderf in en met ene hap is Gods meesterwerk vernietigd. Hoe verschrikkelijk makkelijk vallen wij voor de verleiding van macht. En als Adam en Eva, als volmaakte kinderen van God hier vallen, dan hoeven wij niet te denken dat wij zouden blijven staan. Kijk uit, want voor je het weet geef je satan zijn zin en vernietig je Gods plan met je leven.

 

Gebed: God almachtig, als Adam al zo makkelijk valt, zou ik dan blijven staan? Bewaar en bescherm mij door het bloed van Jezus, zodat ik U geen pijn doe en Uw plan met mijn leven niet vernietig.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom