God wil Zichzelf in jou zien

 

"En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen." (Genesis 1:27)

 

En dan is het meesterwerk van de Meester bijna klaar. Elke stap in dit meesterwerk is bijzonder. Als je nadenkt over de scheppingsdagen dan kom je tot de conclusie dat de hele volgorde in de schepping een bepaalde logica bevat. Elke volgende dag heeft God iets gemaakt dat de vorige dag nodig had. Licht kwam als eerste, want zonder licht is er geen leven mogelijk. De dieren komen bijvoorbeeld pas als de hemellichamen zijn gemaakt. Op dat moment is er ook pas een dampkring, waardoor er zuurstof kan zijn. En zo is de hele schepping geen toeval, maar zorgvuldig opgebouwd.

 

 

En dan zijn de dieren geschapen en op dat moment kiest God ervoor om nog iets te doen. Hij kiest er voor om mensen te maken. Onbegrijpelijk wat God hier eigenlijk doet. God zegt tegen Zichzelf: "Laat Ons mensen maken." God kiest ervoor om ons mensen te maken. En dat doet Hij niet zomaar. Hij wil de mens maken naar Zijn beeld en gelijkenis. God zegt niet dat Hij de mens naar Zijn beeld wil maken. Dan zou het naar Gods denkbeeld kunnen zijn.

 

God wil in de mens Zichzelf terug zien. Daar moet je even over nadenken. Gods diepste verlangen was om een schepping te maken waarin Hij tenslotte de mens zijn plaats in gaf en in die mens wilde God Zichzelf terug zien. Als God naar jou kijkt en naar mij, dan verlangt Hij om Zichzelf in je terug te zien. Wat ziet God van Zichzelf terug in jou? Dat is een vraag die aansluit bij het verlangen van God. God schiep ons naar Zijn evenbeeld.

 

Hoe dat precies is, is niet makkelijk te zeggen. Want God is een Geest, dus naar het lichamelijk zijn wij wel anders. Maar naar innerlijk zijn wij bedoeld om op Hem te lijken. We zijn niet gelijk aan God, maar in ons, is God zichtbaar. En daarbij is dat beeld van God dat Hij in ons maakte, zowel mannelijk als vrouwelijk. En net zoals met het eeuwige in God, is ook dit niet te bevatten. God is dus niet mannelijk en niet vrouwelijk. 

 

Vanuit de manier van spreken in de tijd van de Bijbel is de mannelijke aanspreektitel wel logisch. Maar God schiep ons naar Zijn beeld, mannelijk en vrouwelijk. In de complete schepping van de mens, wordt God werkelijk zichtbaar in Wie Hij is. Dat is in geen mens samen te vatten. Wij mensen zullen nooit Gods complete beeld kunnen laten zien. Zeker na de zondeval niet meer, maar laat dan wel duidelijk zijn wat God verlangt.

 

Wat daarbij komt is dat God heel intens naar ons verlangt. God heeft een bewuste keus gemaakt om Zijn beeld in ons te willen zien. Hij heeft er voor gekozen om jou hier op aarde te laten zijn, zodat Hij zichtbaar zou zijn door jou heen! Gewild door God om Zijn beeld te dragen. En God is zoveel meer dan wij alleen!

 

Gebed: God almachtig, dank U dat U in mij Uw beeld wil zien. Ik belijd U dat er veel van Uw beeld door mij verloren gaat, maar ik wil Uw beeld dragen. Herstel Uw beeld in mij.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom