In het begin...

 

"In het begin schiep God de hemel en de aarde." (Genesis 1:1)

 

In het begin. Zo begint de Bijbel. Opmerkelijk en bijna zelfs vreemd. De Bijbel begint wel aan het begin, maar het is geen begin. En probeer er maar eens over na te denken hoe dat begin is geweest. Want blijkbaar is het niet nodig dat God geïntroduceerd wordt. Opmerkelijk dat op deze manier de Bijbel begint. Iets maakt duidelijk dat een introductie van God niet nodig is, of eigenlijk gewoon niet kan. Blijkbaar was het voor de lezers van toen geen punt van discussie. En God vond het niet nodig om ons daar iets over uit te leggen. In het begin schiep God.

 

 

Maar welk begin is dat geweest? Het begin van God? God is er altijd geweest. En daar begint ons probleem om dit te begrijpen. Wij vragen ons af hoe dat mogelijk is dat God er altijd is geweest. En God zegt slechts dat Hij schiep. En dat begin van het scheppingswerk was voor God geen begin en Hij stopte ook niet aan het eind. Want het feit dat God er is heeft alles te maken met het feit dat Hij geen begin of einde heeft. Begin en einde heeft namelijk met onze tijdsbepaling te maken. En hoewel God deze tijdsaanduidingen, voor ons die in de tijd leven, gebruikt, heeft God geen enkele bepaling van tijd nodig. Er is bij God niets dat eerder is en niets dat later is. God is eeuwig en de eeuwigheid is tijdloos. De uitspraak dat als er duizend jaar van de eeuwigheid voorbij zijn het nog maar een druppel van de zee zou zijn, klopt dan ook helemaal niet. 

 

Gods eeuwigheid en Gods eeuwig 'zijn' bepalen dat Hij op elk moment van Zijn bestaan op dezelfde afstand qua tijd staat dan welk moment ook in de tijd. Gods handelen bij de schepping was voor God hetzelfde moment als Zijn handelen in jouw situatie. Gods verkiezen en Gods uiteindelijke oordeel is voor God niet op tijd betrokken maar vindt allemaal plaats in de eeuwigheid. Dat is geen periode, maar de eeuwigheid is het altijd zijnde moment zonder voor en zonder na. En vanuit deze eeuwigheid, begon God te scheppen. En hoewel Hij in dagen is gaan scheppen, was elke scheppingsdag voor God als het ware het zelfde moment qua tijd.

 

Is dit nu nodig om over na te denken? Wat is nodig, maar om er even bij stil te staan kan elke andere gedachte om het te verklaren hoe God is, als overbodig zien. Want Gods begin is vanuit eeuwigheidsperspectief niet te begrijpen en te bevatten. En toch is God, als de Eeuwige, begonnen om te scheppen. Hij schiep op dat moment, wat voor Hem geen moment was, de hemel en de aarde. En daarmee bracht Hij in de eeuwigheid onze tijd aan en liet ons ontstaan in de tijd en uiteindelijk kwam Hij zelfs in de tijd om ons in de tijd te verlossen van de tijd en ons op te nemen in Zijn eeuwigheid, waar geen dagen, maanden en jaren meer zijn, maar waar we eeuwig zullen 'zijn' met Hem.

 

Gebed: God, het duizelt mij. Elk woord, elke gedachte, alles schiet te kort bij het besef dat ik tijdelijk ben en U eeuwig. Toch bracht U de tijd aan, binnen Uw eeuwigheid, totdat U mij straks van de tijd verlost om mij eeuwig te laten 'zijn'.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom