Het goede word je niet onthouden

 

"Want God, de HEERE, is een zon en een schild, de HEERE zal genade en eer geven, Hij zal het goede niet onthouden aan wie in oprechtheid zijn weg gaat. HEERE van de legermachten, welzalig de mens die op U vertrouwt." (Psalm 84:12 en 13)

 

En als je dan denkt dat de psalmdichter zijn verlangen om in Gods nabijheid te zijn heeft afgerond, dan komt er nog een keer een vervolg. Hij wilde liever één dag op de drempel van Gods huis zijn dan duizend op een andere plaats. Hij verlangt om voortdurend de lofzang en de aanbidding van de tempelzang aan te heffen zoals de mus en de zwaluw voortdurend God loven. En dan helemaal aan het einde van de psalm wordt duidelijk dat hij ook nog iets anders gelooft en weet: de HEERE zal genade en eer geven. En, God is een zon en een schild.

 

Aan de ene kant gaat het er in de eerste plaats helemaal om dat God op de eerste plaats staat en alles wat we voor God doen, moet gericht zijn op Wie Hij is. Maar onlosmakelijk zit er wel een andere kant aan, die niet voorop mag staan, maar er wel is: God is genadig voor degenen die oprecht voor Zijn aangezicht wandelen.

 

Het is dus de vraag of we oprecht voor Gods aangezicht wandelen. Wat is onze bedoeling van onze aanwezigheid in de voorhof van de hemel? Komen we samen omdat we hopen dat God dan genadig zal zijn, of komen we samen omdat God genadig is en we Hem daarom aanbidden? Het eerste is een onoprechte manier van samenkomen, aanbidden en lofprijzen. Dan doen we het om te verdienen, maar de psalmdischter draait het precies om. Hij verlangt om altijd voor Gods aangezicht te zijn, zonder daarmee iets te willen verdienen. Hij verlangt dit omdat God is Die Hij is.

 

En tegelijk weet hij dat God vol van genade is. Maar dat hoeven we niet te verdienen, want God is het! En God zal vier dingen doen als je in oprechtheid je weg gaat. Hij zal je leven verlichten zoals de zon ons verlicht, Hij zal je beschermen zoals een soldaat zichzelf beschermt met een schild, Hij zal je genade in overvloed geven en uiteindelijk zul je met eer en glorie overladen worden. Wat een overvloed van zegen bij God als we Hem werkelijk gaan aanbidden in geest en waarheid. Als we Hem aanbidden om Wie Hij is en wij verlangen om vanwege Hem, heel dichtbij Hem te zijn. Ja, als we verlangen om de voorhof hier op aarde te betreden als voorsmaak van de hemel. En daar mogen we zijn omdat er verzoening is en daarom kan het ook. En daar hoeven we niet te staan met open handen om te ontvangen, maar met geheven handen om Hem te aanbidden.

 

We hoeven God alleen maar te vertrouwen en dan zullen we welzalig zijn. Wat hebben we meer nodig? God zal in alles voorzien naar dat wij nodig hebben, als wij ons richten op Hem. Zo wil ik in het 's zondagse voorhof zijn en uitzien naar de dag dat zelfs de zon niet meer nodig is, maar dat God Zelf ons licht zal zijn!

 

Gebed: HEERE van de legermachten, liefst wil ik bij U zijn, want U geeft genade en eer, licht en bescherming. Ik wil niet daarop gericht zijn, maar geloven dat U het geeft en daarom aanbid ik U.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom