Eén dag in Gods nabijheid beter dan duizend elders

 

"Want één dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders; ik verkoos liever te staan op de drempel van het huis van mijn God dan lang te wonen in de tenten van de goddeloosheid." (Psalm 84:11)

 

Het is de vraag waarom God het aangezicht van Zijn gezalfde moet aanschouwen. Waarom vindt de psalmdichter het zo belangrijk dat God de verzoening ziet? Als God dat dan niet ziet, dan zou het niet mogelijk zijn om in de nabijheid van God te komen en dan zou het Huis van God een plaats zijn waar niemand kon komen. Want wie zou in Gods nabijheid komen en blijven leven? Maar de psalmdichter heeft wel heel duidelijk een reden waarom God het aangezicht van de verzoening moet aanschouwen. 

 

 

De psalmdichter was natuurlijk al duidelijk geweest over zijn verlangen om in de voorhoven van de HEERE te mogen zijn. Daar verlangt hij met een bezwijkend verlangen naar. En nu herhaalt hij dit en hij maakt het nog sterker. Het gaat hem niet alleen om in Gods nabijheid te zijn, hij vindt zelfs één dag in Gods nabijheid beter dan duizend op een andere plaats. Duizend dagen op de leukste plaats van deze aarde, duizend dagen waar je werkelijk uit je dak kunt gaan en helemaal kunt genieten, dat haalt het niet bij ene dag in Gods nabijheid.

 

En nog sterker, duizend dagen op de beste, mooiste en heerlijkste plaats op deze aarde haalt het niet bij zelfs de drempel van Gods huis. Dus zelfs niet ineens in Gods huis zijn, maar slechts tot op de drempel mogen komen en van afstand kijken is beter dan duizend dagen op welke andere plaats dan ook. Dat is wel heel duidelijke taal.

 

En laat duidelijk zijn dat we nog niet voor God in Sion zijn verschenen. Dat komt straks nog, maar de voorhoven van de HEERE van de legermachten zijn ons wel gegeven om ten dele nu al in Gods nabijheid te zijn. Ik begrijp soms mensen niet die vinden dat de kerk niet zo belangrijk is. Ik kan daar echt niet bij, zeker niet als je de ervaring van Gods nabijheid in de lofprijzing en aanbidding ervaart.

 

De plaats van aanbidding overslaan en de plaats van lofprijzing voorbij lopen is geen optie. Het gaat om het voorhof van de hemel en kunnen we daarvan zeggen dat er iets is dat belangrijker is dan dat? Misschien dat we kunnen aandragen dat de psalmdichter spreekt over de tenten van goddeloosheid. Dat zijn de plaatsen waar God niet is. En moeten we dan bezig zijn met de vraag hoe goddeloos, goddeloos moet zijn, of moeten we het juist hebben over de plaats van aanbidding en lofprijzing die de kerk als voorhof hoort te zijn?

 

Laten we eens eerlijk zijn wat we er nu echt toe vinden doen. Verlangen we naar meer leven voor God, meer aanbidding voor Hem die Zijn Gezalfde heeft gegeven. Dan past alleen maar de lof en eer een aanbidding aan Hem, de HEERE van de legermachten. Ja, liever één dag dichtbij God, dan duizend op een andere plaats.

 

Gebed: HEERE van de legermachten, nergens wil ik liever zijn dan heel dichtbij U, ik wil niets liever dan loven en aanbidden in het voorhof, totdat ik straks voor U verschijn in Sion.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom